Belvedere Logo foto
sitemap  print
Project Landschapsvisie Drentsche Aa
bijgewerkt op 17 mei 2005
Planning:van 20 december 2002 t/m 1 november 2003
Projectfase:Het project Landschapsvisie Drentsche Aa is afgerond, de visie op dit omvangrijke gebied is opgesteld. De uitvoering van deze visie is een proces van lange adem en is afhankelijk van de inzet van alle partijen in het Nationaal beek- en esdorpenlandschap.
Thema's:Landelijk gebied, Water
Cultuur-historisch
fenomeen:
Archeologisch
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Het hele stroomgebied van de Drentsche Aa, tussen Assen en Groningen
Provincie:Drenthe
Belvedere ID:A02/051

Gerelateerde RO-dossiers:
Natuurontwikkeling
Waterberging en beheer

terug naar bovenHet project
De Drentsche Aa is een van de laatste gave stroomdalen van Nederland waar de historische samenhang tussen de verschillende onderdelen van het esdorpenlandschap nog goed herkenbaar is. De prehistorische resten en de vele zichtbare archeologische monumenten (eeuwenoude karrensporen, grafheuvels, hunebedden en celtic fields) geven het landschap ook visueel een grote tijdsdiepte. Het landschap is nog steeds in ontwikkeling. Vanuit de gedachte dat nu gewerkt wordt aan het cultureel erfgoed en het landschap van morgen, is een ontwikkelingsgerichte landschapsvisie opgesteld die oude waarden versterkt en nieuwe toevoegt. De visie moet richtinggevend zijn voor beheer, inrichting en ontwikkeling van het beek- en esdorpenlandschap voor de komende tien jaar.

Aanleiding
Het stroomgebied van de Drentsche Aa vormt een cultuurhistorisch en landschappelijk zeer waardevol, redelijk gaaf gebied. Nergens anders in Nederland is een beeksysteem van deze omvang zo ongeschonden door de decennia van ruilverkaveling en normalistatie gekomen. De samenhang van het bekensysteem met het omringende esdorpenlandschap is nog aanwezig op een schaal die bijzonder is voor Nederlandse begrippen. De cultuurhistorische, ecologische en landschappelijke waarden van het gebied worden gelukkig al lang erkend, en het behoud ervan is ook in beleid en bestemmingsplannen vastgelegd. Niet voor niets is een deel van het stroomgebied aangewezen als Belvederegebied. Desalniettemin is er ook in dit gebied sprake van conflicterende belangen. 

Met de voorbereiding van het Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap (NBEL) Drentsche Aa is een proces in gang gezet om het cultuurlandschap van de Drentsche Aa, inclusief de aanwezige natuurwaarden, toekomst te geven. In het overlegorgaan NBEL zijn vrijwel alle betrokken instanties en eigenaren/beheerders in het gebied bestuurlijk vertegenwoordigd. Voorafgaand aan het maken van de landschapsvisie hebben de NBEL-partners gewerkt aan een Beheer,- inrichtings- en ontwikkelingsplan (BIO-plan) waarin op hoofdlijnen de kaders voor het toekomstige beheer en de inrichting van het noordelijke deel van het stroomgebied van de Drentsche Aa zijn bepaald. In het BIO-plan is aangegeven dat er grote behoefte is aan een overkoepelende en kaderscheppende landschapsvisie die de bestaande waarden en identiteit benoemt, een ruimtelijk beeld schetst van de gewenste toekomst en dit vertaalt naar concrete maatregelen. Het BIO-plan is vooral programmerend en beschrijvend van aard, de landschapsvisie maakte een aantal keuzen die in het BIO-plan nog niet zijn gemaakt en is vooral beeldend en ontwerpend van aard.

Problematiek/opgave
Staatsbosbeheer, als gedelegeerd opdrachtgever van NBEL, gaf Novio Consult en Strootman Landschapsarchitecten opdracht om de Landschapsvisie Drentsche Aa te ontwikkelen. De Belvederesubsidie ging naar het opstellen van de landschapsvisie zelf, waarbij gekozen werd voor een vernieuwende aanpak: nog niet eerder werd de geschiedenis ingezet bij de ontwikkeling van een natuurgebied.
De landschapsvisie had de volgende doelstellingen:

  • in beeld brengen van de aspecten waaraan het gebied haar landschappelijke en cultuurhistorische waarde ontleent en wat haar specifieke identiteit is
  • vertalen van de doelen en ontwikkelingen uit het BIO-plan naar kaarten, beelden en beheermaatregelen die heldere en hanteerbare kaders bieden voor de uitvoering
  • voorstellen voor situaties waar sprake is van strijdigheid van (sectorale) wensen en belangen, en richting geven aan toekomstige ontwikkelingen vanuit historisch-landschappelijke en ecologisch perspectief
  • een verbinding leggen tussen natuur en cultuurhistorie met het landschap als integratiekader
  • bieden van een lange-termijnperspectief op de ontwikkeling van het landschap als toetsingskader voor toekomstig beleid
  • zorgen voor een breed draagvlak bij betrokken partijen door hen te laten meedenken over de te nemen inrichtings,- en beheermaatregelen, waardoor de visie integraal kan worden uitgevoerd
  • nader invullen van de ontwikkelingsgerichte landschapsstrategie en formuleren van doelen voor inrichting en beheer vanuit landschappelijk en cultuurhistorisch perspectief, in samenhang met gebiedsdoelen
  • ontwikkelen van creativiteit en verwerven van draagvlak bij de lokale bevolking voor beheer- en inrichtingsmaatregelen. 

Werkwijze
De twee externe bureaus werkten samen met een landschapsarchitect van Staatsbosbeheer (Anoesjka Volkerts). De projectgroep bestond uit een aantal vertegenwoordigers van betrokken partijen: van de provincie Drenthe, een aantal gemeenten, NLTO, Staatsbosbeheer, ROB, Landschapsbeheer Drenthe, Milieufederatie, IVN.

Deze projectgroep begeleidde de opdracht die grofweg uit vier fasen bestond:

  • opstart en inventarisatie. Op basis van interviews, literatuur, kaarten, archiefmateriaal en veldverkenningen werden beelden verzameld over de identiteit van het landschap van de Drentsche Aa, de ontwikkeling van het landschapsbeeld en de uitwerkingsvragen.
  • ontwerpfase: een werkteam van ontwerpers en deskundigen pakte de verschillende uitwerkingsvragen op en zette in samenwerking met de omgeving voor de komende tien jaar een ontwikkelingsgericht visie op met inspirerende voorbeeldontwerpen. 
  • realisatiefase (drukken visie, etc)
  • nazorgfase (publicaties, verantwoording subsidie)

Een belangrijk onderdeel was het communicatietraject (uitgevoerd door Novio Consult): deze was gericht op de ontwikkeling van creativiteit en het verwerven van draagvlak onder de lokale bevolking voor beheer- en herstelmaatregelen van het culturele erfgoed. Bij het opstellen van de landschapsvisie werden de bewoners en gebruikers van het gebied betrokken. Door middel van workshops en interviews werd gebruik gemaakt van de lokaal aanwezige kennis en werd draagvlak gecreĆ«erd voor de toekomstige maatregelen en beleid. Er werden drie publieksavonden georganiseerd waarin bewoners konden meedenken en reageren op de ontwikkelde visie. Deze avonden werden goed bezocht.

Resultaat 
Het resultaat is een visie die dient als toetsingskader en ontwikkelingsplan. De visie zal dus ook op langere termijn van invloed zijn op de ontwikkeling van het landschap. De nadruk wordt gelegd op de lang lopende onwikkeling van natuur en landschap met de historie als uitgangspunt. Als fundament is een aantal stellingnames geformuleerd. Zo staat in de visie dat het landschap integraal benaderd moet worden. Natuur, cultuur, landbouw en het watersysteem moeten niet los van elkaar staan. Ook stelde het landschapsbureau voor om het landschap, dat in de loop der tijd steeds eenzijdiger werd, spannender te maken door bijvoorbeeld contrasten tussen openheid en geslotenheid sterker te benadrukken. 
Bij het uitwerken van de visie werd de indeling van de historisch-geografen Spek en Elerie gevolgd. Zij verdeelden het cultuurlandschap, in hun historisch-geografische inventarisatie, onder in drie landschapseenheden: de beekdalen, de essen en de velden. Een voorbeeld: in het stroomgebied liggen nog ongeveer vijftig essen. Dit zijn open akkercomplexen die van oorsprong rond de dorpen lagen. Zestig procent van de essen is nog intact en heeft nog steeds een open karakter. De visie pleit ervoor om de essen die nu nog gaaf zijn, veilig te stellen. In de visie worden tien algemene aanbevelingen gedaan. 

De visie is een eerste stap om het gebied als eenheid te zien. Samen met de integrale kansenkaart, die Alterra maakte voor het gebied, moeten de wensen vanuit de verschillende functies vertaald worden in ruimtelijke plannen en regelgeving. Gestreefd wordt naar concrete uitvoering. Daarom is gekeken hoe de aanbevelingen, suggesties en uitgangspunten die in de visie staan, ook daadwerkelijk ingezet kunnen worden in de praktijk. In een tabel staan voorzetten die kunnen worden gebruikt bij de voorbereiding van de projecten. Strootman zelf is zich ervan bewust dat voor de uitvoering van de landschapsvisie een lange adem nodig is en dat de slagingskans ook afhangt van de inzet van alle partijen in het Nationale Beek en Esdorpenlandschap.  

De landschapsvisie is gericht op de ontwikkeling van een leefbaar, levendig en levensvatbaar beek,- en esdorpenlandschap. Vooral in de strook tussen Assen en Groningen zijn verschillende ontwikkelingen gepland. Veranderingen in de landbouw, zoals schaalvergroting en verbreding van activiteiten en toename van het autoverkeer liggen in het vooruitzicht. Het gebied van de Drentsche Aa zal zeker niet veranderen in een museumlandschap, de visie is niet bedoeld om ontwikkelingen tegen te houden, maar om de veranderingen te sturen. 

De opstellers van de visie noemen aan het eind van hun publicatie een lijst van projecten die de komende jaren kunnen worden uitgevoerd: het was immers een belangrijk doel te komen tot concrete uitvoering van de visie. Een paar voorbeelden van deze projecten zijn: in kaart brengen van de cultuurhistorische en aardkundige waarden van de bossen en het daaruit destilleren van mogelijke ontwerpopgaven; onderzoeken van de mogelijkheden voor het produceren van 'groene' en 'blauwe' diensten, en de ontwikkeling van een passend vergoedingssysteem voor agrarisch natuurbeheer dat onder andere geschikt is om nieuwe natuur- en landschapselementen te ontwikkelen, en dat rekening houdt met de plaatselijke omstandigheden. Om de stap van alle aanbevelingen naar uitvoeringsprojecten te vergemakkelijken, is een groot aantal voorzetten gegeven die gebruikt kunnen worden bij de voorbereiding van de projecten.

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
Staatsbosbeheer

Uitvoerders
NovioConsult
Staatsbosbeheer
Strootman Landschapsarchitecten

Betrokken partijen
bestuurders, beleidsmakers
Bewoners
Brede Overleggroep Kleine Dorpen in Drenthe (BOKD)
dorpsbelangenvereniging(en)
gemeente(n)
IVN-vogel-en Natuurwacht
Landschapsbeheer Drenthe
NLTO projecten
Provincie Drenthe
regiodirecties LNV, VROM, RWS
Waterschappen

terug naar bovenLeermomenten / succesfactoren
Het is een noviteit dat bij het opstellen van de landschapsvisie een verbinding is gelegd tussen ecologie, cultuurhistorie en landschap. Het komt in de visievorming en planontwikkeling van natuurgebieden weinig voor dat cultuurhistorie en landschap een volwaardige rol spelen. Een integrale benadering van natuur en cultuur is in het landschap van de Drentsche Aa zeer gewenst, waarbij landschapsontwikkeling een belangrijke invalshoek is.

terug naar bovenAanvullende informatie
Publicaties eindproduct
Landschapsvisie Drentsche Aa. Door Novio Consult en Strootman Landschapsarchitecten. 
Nijmegen/ Amsterdam, mei 2004

Websites/links
www.drentscheaa.nl
www.novioconsult.nl
www.strootman.net

Contactpersonen
ir. A. Volkerts
Postbus 1300
3970 BH Driebergen
a.volkerts@sbb.agro.nl


afbeelding: Opgaande beplanting (aan de horizon) verwijderen kan de loop van het beekdal van het Schipborgse Diep weer zichtbaar maken. (Strootman LA Amsterdam)

afbeelding: Landschapsvisie, ontwikkelingskaart (Strootman Landschapsarchitecten Amsterdam)

afbeelding: Recreatief netwerk , ook fietspaden van 1, 5 meter breed kunnen grote groepen verwerken (Strootman Landschapsarchitecten Amsterdam)

afbeelding: Oude karrensporen zijn soms meters diep. Schipborgse Diep. (Strootman Landschapsarchitecten Amsterdam)

Home . Voorbeeldprojecten . Overzicht projecten

Project Landschapsvisie Drentsche Aa
bijgewerkt op 17 mei 2005
Planning:van 20 december 2002 t/m 1 november 2003
Projectfase:Het project Landschapsvisie Drentsche Aa is afgerond, de visie op dit omvangrijke gebied is opgesteld. De uitvoering van deze visie is een proces van lange adem en is afhankelijk van de inzet van alle partijen in het Nationaal beek- en esdorpenlandschap.
Thema's:Landelijk gebied, Water
Cultuur-historisch
fenomeen:
Archeologisch
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Het hele stroomgebied van de Drentsche Aa, tussen Assen en Groningen
Provincie:Drenthe
Belvedere ID:A02/051

Gerelateerde RO-dossiers:
Natuurontwikkeling
Waterberging en beheer

terug naar bovenHet project
De Drentsche Aa is een van de laatste gave stroomdalen van Nederland waar de historische samenhang tussen de verschillende onderdelen van het esdorpenlandschap nog goed herkenbaar is. De prehistorische resten en de vele zichtbare archeologische monumenten (eeuwenoude karrensporen, grafheuvels, hunebedden en celtic fields) geven het landschap ook visueel een grote tijdsdiepte. Het landschap is nog steeds in ontwikkeling. Vanuit de gedachte dat nu gewerkt wordt aan het cultureel erfgoed en het landschap van morgen, is een ontwikkelingsgerichte landschapsvisie opgesteld die oude waarden versterkt en nieuwe toevoegt. De visie moet richtinggevend zijn voor beheer, inrichting en ontwikkeling van het beek- en esdorpenlandschap voor de komende tien jaar.

Aanleiding
Het stroomgebied van de Drentsche Aa vormt een cultuurhistorisch en landschappelijk zeer waardevol, redelijk gaaf gebied. Nergens anders in Nederland is een beeksysteem van deze omvang zo ongeschonden door de decennia van ruilverkaveling en normalistatie gekomen. De samenhang van het bekensysteem met het omringende esdorpenlandschap is nog aanwezig op een schaal die bijzonder is voor Nederlandse begrippen. De cultuurhistorische, ecologische en landschappelijke waarden van het gebied worden gelukkig al lang erkend, en het behoud ervan is ook in beleid en bestemmingsplannen vastgelegd. Niet voor niets is een deel van het stroomgebied aangewezen als Belvederegebied. Desalniettemin is er ook in dit gebied sprake van conflicterende belangen. 

Met de voorbereiding van het Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap (NBEL) Drentsche Aa is een proces in gang gezet om het cultuurlandschap van de Drentsche Aa, inclusief de aanwezige natuurwaarden, toekomst te geven. In het overlegorgaan NBEL zijn vrijwel alle betrokken instanties en eigenaren/beheerders in het gebied bestuurlijk vertegenwoordigd. Voorafgaand aan het maken van de landschapsvisie hebben de NBEL-partners gewerkt aan een Beheer,- inrichtings- en ontwikkelingsplan (BIO-plan) waarin op hoofdlijnen de kaders voor het toekomstige beheer en de inrichting van het noordelijke deel van het stroomgebied van de Drentsche Aa zijn bepaald. In het BIO-plan is aangegeven dat er grote behoefte is aan een overkoepelende en kaderscheppende landschapsvisie die de bestaande waarden en identiteit benoemt, een ruimtelijk beeld schetst van de gewenste toekomst en dit vertaalt naar concrete maatregelen. Het BIO-plan is vooral programmerend en beschrijvend van aard, de landschapsvisie maakte een aantal keuzen die in het BIO-plan nog niet zijn gemaakt en is vooral beeldend en ontwerpend van aard.

Problematiek/opgave
Staatsbosbeheer, als gedelegeerd opdrachtgever van NBEL, gaf Novio Consult en Strootman Landschapsarchitecten opdracht om de Landschapsvisie Drentsche Aa te ontwikkelen. De Belvederesubsidie ging naar het opstellen van de landschapsvisie zelf, waarbij gekozen werd voor een vernieuwende aanpak: nog niet eerder werd de geschiedenis ingezet bij de ontwikkeling van een natuurgebied.
De landschapsvisie had de volgende doelstellingen:

  • in beeld brengen van de aspecten waaraan het gebied haar landschappelijke en cultuurhistorische waarde ontleent en wat haar specifieke identiteit is
  • vertalen van de doelen en ontwikkelingen uit het BIO-plan naar kaarten, beelden en beheermaatregelen die heldere en hanteerbare kaders bieden voor de uitvoering
  • voorstellen voor situaties waar sprake is van strijdigheid van (sectorale) wensen en belangen, en richting geven aan toekomstige ontwikkelingen vanuit historisch-landschappelijke en ecologisch perspectief
  • een verbinding leggen tussen natuur en cultuurhistorie met het landschap als integratiekader
  • bieden van een lange-termijnperspectief op de ontwikkeling van het landschap als toetsingskader voor toekomstig beleid
  • zorgen voor een breed draagvlak bij betrokken partijen door hen te laten meedenken over de te nemen inrichtings,- en beheermaatregelen, waardoor de visie integraal kan worden uitgevoerd
  • nader invullen van de ontwikkelingsgerichte landschapsstrategie en formuleren van doelen voor inrichting en beheer vanuit landschappelijk en cultuurhistorisch perspectief, in samenhang met gebiedsdoelen
  • ontwikkelen van creativiteit en verwerven van draagvlak bij de lokale bevolking voor beheer- en inrichtingsmaatregelen. 

Werkwijze
De twee externe bureaus werkten samen met een landschapsarchitect van Staatsbosbeheer (Anoesjka Volkerts). De projectgroep bestond uit een aantal vertegenwoordigers van betrokken partijen: van de provincie Drenthe, een aantal gemeenten, NLTO, Staatsbosbeheer, ROB, Landschapsbeheer Drenthe, Milieufederatie, IVN.

Deze projectgroep begeleidde de opdracht die grofweg uit vier fasen bestond:

  • opstart en inventarisatie. Op basis van interviews, literatuur, kaarten, archiefmateriaal en veldverkenningen werden beelden verzameld over de identiteit van het landschap van de Drentsche Aa, de ontwikkeling van het landschapsbeeld en de uitwerkingsvragen.
  • ontwerpfase: een werkteam van ontwerpers en deskundigen pakte de verschillende uitwerkingsvragen op en zette in samenwerking met de omgeving voor de komende tien jaar een ontwikkelingsgericht visie op met inspirerende voorbeeldontwerpen. 
  • realisatiefase (drukken visie, etc)
  • nazorgfase (publicaties, verantwoording subsidie)

Een belangrijk onderdeel was het communicatietraject (uitgevoerd door Novio Consult): deze was gericht op de ontwikkeling van creativiteit en het verwerven van draagvlak onder de lokale bevolking voor beheer- en herstelmaatregelen van het culturele erfgoed. Bij het opstellen van de landschapsvisie werden de bewoners en gebruikers van het gebied betrokken. Door middel van workshops en interviews werd gebruik gemaakt van de lokaal aanwezige kennis en werd draagvlak gecreĆ«erd voor de toekomstige maatregelen en beleid. Er werden drie publieksavonden georganiseerd waarin bewoners konden meedenken en reageren op de ontwikkelde visie. Deze avonden werden goed bezocht.

Resultaat 
Het resultaat is een visie die dient als toetsingskader en ontwikkelingsplan. De visie zal dus ook op langere termijn van invloed zijn op de ontwikkeling van het landschap. De nadruk wordt gelegd op de lang lopende onwikkeling van natuur en landschap met de historie als uitgangspunt. Als fundament is een aantal stellingnames geformuleerd. Zo staat in de visie dat het landschap integraal benaderd moet worden. Natuur, cultuur, landbouw en het watersysteem moeten niet los van elkaar staan. Ook stelde het landschapsbureau voor om het landschap, dat in de loop der tijd steeds eenzijdiger werd, spannender te maken door bijvoorbeeld contrasten tussen openheid en geslotenheid sterker te benadrukken. 
Bij het uitwerken van de visie werd de indeling van de historisch-geografen Spek en Elerie gevolgd. Zij verdeelden het cultuurlandschap, in hun historisch-geografische inventarisatie, onder in drie landschapseenheden: de beekdalen, de essen en de velden. Een voorbeeld: in het stroomgebied liggen nog ongeveer vijftig essen. Dit zijn open akkercomplexen die van oorsprong rond de dorpen lagen. Zestig procent van de essen is nog intact en heeft nog steeds een open karakter. De visie pleit ervoor om de essen die nu nog gaaf zijn, veilig te stellen. In de visie worden tien algemene aanbevelingen gedaan. 

De visie is een eerste stap om het gebied als eenheid te zien. Samen met de integrale kansenkaart, die Alterra maakte voor het gebied, moeten de wensen vanuit de verschillende functies vertaald worden in ruimtelijke plannen en regelgeving. Gestreefd wordt naar concrete uitvoering. Daarom is gekeken hoe de aanbevelingen, suggesties en uitgangspunten die in de visie staan, ook daadwerkelijk ingezet kunnen worden in de praktijk. In een tabel staan voorzetten die kunnen worden gebruikt bij de voorbereiding van de projecten. Strootman zelf is zich ervan bewust dat voor de uitvoering van de landschapsvisie een lange adem nodig is en dat de slagingskans ook afhangt van de inzet van alle partijen in het Nationale Beek en Esdorpenlandschap.  

De landschapsvisie is gericht op de ontwikkeling van een leefbaar, levendig en levensvatbaar beek,- en esdorpenlandschap. Vooral in de strook tussen Assen en Groningen zijn verschillende ontwikkelingen gepland. Veranderingen in de landbouw, zoals schaalvergroting en verbreding van activiteiten en toename van het autoverkeer liggen in het vooruitzicht. Het gebied van de Drentsche Aa zal zeker niet veranderen in een museumlandschap, de visie is niet bedoeld om ontwikkelingen tegen te houden, maar om de veranderingen te sturen. 

De opstellers van de visie noemen aan het eind van hun publicatie een lijst van projecten die de komende jaren kunnen worden uitgevoerd: het was immers een belangrijk doel te komen tot concrete uitvoering van de visie. Een paar voorbeelden van deze projecten zijn: in kaart brengen van de cultuurhistorische en aardkundige waarden van de bossen en het daaruit destilleren van mogelijke ontwerpopgaven; onderzoeken van de mogelijkheden voor het produceren van 'groene' en 'blauwe' diensten, en de ontwikkeling van een passend vergoedingssysteem voor agrarisch natuurbeheer dat onder andere geschikt is om nieuwe natuur- en landschapselementen te ontwikkelen, en dat rekening houdt met de plaatselijke omstandigheden. Om de stap van alle aanbevelingen naar uitvoeringsprojecten te vergemakkelijken, is een groot aantal voorzetten gegeven die gebruikt kunnen worden bij de voorbereiding van de projecten.

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
Staatsbosbeheer

Uitvoerders
NovioConsult
Staatsbosbeheer
Strootman Landschapsarchitecten

Betrokken partijen
bestuurders, beleidsmakers
Bewoners
Brede Overleggroep Kleine Dorpen in Drenthe (BOKD)
dorpsbelangenvereniging(en)
gemeente(n)
IVN-vogel-en Natuurwacht
Landschapsbeheer Drenthe
NLTO projecten
Provincie Drenthe
regiodirecties LNV, VROM, RWS
Waterschappen

terug naar bovenLeermomenten / succesfactoren
Het is een noviteit dat bij het opstellen van de landschapsvisie een verbinding is gelegd tussen ecologie, cultuurhistorie en landschap. Het komt in de visievorming en planontwikkeling van natuurgebieden weinig voor dat cultuurhistorie en landschap een volwaardige rol spelen. Een integrale benadering van natuur en cultuur is in het landschap van de Drentsche Aa zeer gewenst, waarbij landschapsontwikkeling een belangrijke invalshoek is.

terug naar bovenAanvullende informatie
Publicaties eindproduct
Landschapsvisie Drentsche Aa. Door Novio Consult en Strootman Landschapsarchitecten. 
Nijmegen/ Amsterdam, mei 2004

Websites/links
www.drentscheaa.nl
www.novioconsult.nl
www.strootman.net

Contactpersonen
ir. A. Volkerts
Postbus 1300
3970 BH Driebergen
a.volkerts@sbb.agro.nl