Belvedere Logo foto
sitemap  print
Project Veenweg aan het infuus, Drenthe
bijgewerkt op 15 juli 2005
Planning:van 23 november 2001 t/m 23 december 2004
Projectfase:Het project Veenweg aan het infuus is afgerond. Omdat er sprake is van een experimentele fase die nog moet starten, zijn de eerste resultaten van het project nog niet in brede (wetenschappelijke) kring uitgezet.
Thema:Landelijk gebied
Cultuur-historisch
fenomeen:
Archeologisch
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Ten oosten van Nieuw-Dordrecht, op de oostflank van de Drenthse Hondsrug
Provincie:Drenthe
Belvedere ID:2001-014

Gerelateerde RO-dossiers:
Ruimtelijk vraagstuk en Belvedere - Ruimte voor wegen

terug naar bovenHet project
Hoewel de Neolithische veenweg van Nieuw-Dordrecht (4500 jaar oud) bijna 100 jaar geleden werd gevonden, is de oorspronkelijke functie van de weg nog niet ontrafeld. Recente inrichtingsplannen (de inrichting van een natuurgebied) hebben de discussie weer doen opvlammen. Kort gezegd gaat deze over de tegenstelling 'onvoltooide/ongebruikte weg' versus 'een weg die een rol speelde bij in het veen uitgevoerde rituelen'. Hopelijk lukt het toekomstige generaties onderzoekers om een defintief antwoord te vinden. Voorwaarde daarvoor is dat deze enig overgebleven weg uit de prehistorie dan nog in situ, in de bodem, bewaard is gebleven. Daarvoor moet er een plan bedacht worden om de grond nat te houden, want uitdroging van het hout dreigt. Het projectdoel werd gekoppeld aan een ontwerpplan waarbij de samenhang tussen het oorspronkelijke landschap en de veenweg de inspiratiebron zou zijn voor een nieuw in te richten landschap dat nieuwe en oude betekenissen verenigde. 

Aanleiding
De directe aanleiding voor dit Belvedereproject is dat de grondwaterspiegel in het gebied, als gevolg van vervening en waterbeheersingsmaatregelen in de naaste omgeving zodanig is gedaald, dat de veenweg vooral in de zomer af en toe boven de grondwaterspiegel ligt. Door contact met lucht treedt een versnelde afbraak van de houten veenweg op.  

Sinds een jaar of tien wordt onderzoek gedaan naar maatregelen die er voor moeten zorgen dat dit voor Nederland unieke archeologisch monument behouden kan blijven op de plek waar het al meer dan 4500 jaar in de bodem ligt. De houten weg dateert uit de late steentijd, is ongeveer vier meter breed en ligt 60 tot 80 centimeter onder het maaiveld. Deze weg is aangelegd aan de rand van wat ooit het grootste hoogveen van Noord-West-Europa was: het onmetelijke Bourtangerveen in de huidige gemeente Emmen, ten noordoosten van Nieuw-Dordrecht. Voor de weg zijn stammetjes van de els, berk, esdoorn, eik en linde gebruikt; de meeste stammetjes hebben een diameter van 10-25 cm. Onbekend is, hoe lang de weg oorspronkelijk is geweest en waartoe hij leidde. In elk geval moet hij een lengte van ongeveer 750 meter hebben gehad. Duidelijk mag zijn dat een dragend wegdek de toegang tot het kletsnatte, moeilijk toegankelijke veengebied vergemakkelijkte. Over het doel van de weg wordt nog steeds volop gespeculeerd.
De vraag is waarom de mensen zich de enorme moeite van de aanleg getroost hebben: de aanleg van 1 km veenweg zou volgens berekening zo'n 1400 manuren gekost hebben. De meest voor de hand liggende verklaring is: de weg maakte deel uit van een bovenregionaal wegenstelsel. Een andere hypothese luidt dat de weg aangelegd kan zijn om bij een siderietlens te komen (ijzeroer dat als kleurstof gebruikt werd). Een derde visie luidt dat de weg een functie had bij rituelen die in het veen plaatsvonden. Tegen alle drie de verklaringen is een hoop in te brengen. Een vierde hypothese -geformuleerd door opgraver dr. W.A. Casparie- lijkt aannemelijker. Hij luidt dat het om een niet voltooide dus ook om een niet gebruikte weg gaat. Het ontbreken van onderliggers zou hierop wijzen. Waarschijnlijk was het veen te nat en de Hondsrug al ontbost, waardoor er onvoldoende hout beschikbaar was.  

Problematiek/opgave
Conservering van deze prehistorische veenweg is het primaire doel. De vraag is of door middel van lokale watertoevoer de grondwaterspiegel ter plaatse zodanig kan worden verhoogd, dat de weg permanent onder water blijft. Het Belvedere-aspect is de ontwikkeling van een ontwerpplan waarbij de samenhang tussen het oorspronkelijke landschap en de weg de inspiratiebron is voor een in te richten natuurgebied dat nieuwe en oude betekenissen verenigt. 
 
Werkwijze
Eerdere pogingen om dit monument te beschermen hebben hun doel gemist. Wat kun je dan nog? Die vraag stelden zich eigenaar Staatsbosbeheer, Dienst Landelijk Gebied en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Geef je het monument over aan de elementen en aanvaard je de vergankelijkheid der dingen? Graaf je het momument op en stel je de cultuurhistorische informatie op die manier veilig? Of grijp je juist actief in, in de hoop het degeneratieproces te keren of te vertragen? De betrokken partijen kozen ervoor om de veenweg te behouden op de plaats waar hij al duizenden jaren ligt. Het streven naar behoud in situ past in het beleid van de ROB ten aanzien van de archeologische monumentenzorg. Een ’technische’ werkgroep boog zich over een manier om de weg te redden. In de werkgroep zaten deskundigen uit verschillende instellingen: Staatsbosbeheer, Dienst Landelijk Gebied Drenthe, Waterschap Hunze en Aa’s, Wageningen Universiteit (sectie waterhuishouding), Drents Plateau en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Bij de wens tot behoud in situ dienden zich drie vragen aan: 
1 Kan de hele weg gered worden?  
2 Is behoud in situ technisch gezien wel mogelijk en zo ja: wat kost dat? 
3 Hoe kan het natuurgebied ingericht worden? 

Resultaat
Uiteindelijk bleek de aanleg van een ondergronds infiltratiesysteem de gunstigste oplossing voor het probleem van de veenweg, zowel wat betreft de technische haalbaarheid, effectiviteit en duurzaamheid, en ook uit financieel oogpunt. Dit systeem moet ervoor zorgen dat boven de weg een hydrologische buffer met een hoog en stabiel waterpeil wordt gecreëerd. De veenweg wordt hierdoor als het ware aan het infuus gelegd. De werkgroep gaat ervan uit dat het systeem ongeveer honderd jaar zal werken. 
Bij de uitwerking is een aantal randvoorwaarden geformuleerd:
- het systeem moet zelfregulerend zijn
- er moet een beheers- en onderhoudplan zijn, inclusief een kostenraming
- duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en kosten
- de aanleg mag het monument geen schade toebrengen.   
Bij de werkgroep leeft de hoop dat het ooit zover komt dat het infuus kan worden losgekoppeld omdat op een andere, natuurlijke wijze een hoog waterpeil in het terrein van het monument verkregen kan worden. Maar dat is toekomstmuziek en daar kan de weg niet op wachten.   

Daarnaast is met behulp van een Belvederesubsidie een schetsontwerp gemaakt voor de landschappelijke inrichting van het terrein waarin het archeologisch monument ligt. Op deze manier is de onder het maaiveld verscholen weg weer zichtbaar gemaakt in het huidige landschap. Dit schetsontwerp zag het licht tijdens een workshop op 28 november 2002, waar een gemêleerd gezelschap van kunstenaars, archeologen, (landschaps)architecten, ecologen en streekbewoners brainstormden over de inrichting van het terrein rond de veenweg en - aangrenzend- het nieuw landschapselement herinrichting Emmen. Doel van de dag was genereren van ontwerpideeën voor een aantrekkelijk en bruikbaar landschap, waarbij de verbeelding van het verleden werd gekoppeld aan die van de toekomst. 

Vier groepen dachten elk vanuit een eigen invalshoek na over mogelijke ontwerpen. Alle vier waren ze het erover eens dat er randvoorwaarden gecreëerd zouden moeten worden voor cultuurtoerisme of toeristisch-recreatief medegebruik van het terrein: geen pretpark, geen commerciële toestanden en ’vermarkting’, maar wel subtiele informatie over de veenweg en het infiltratiesysteem. Voor meer educatieve aspecten zagen de meesten vooral een rol weggelegd voor het veenmuseum. Er was één groep die iets zei over de inrichting van het landschap. In het schetsontwerp krijgen de veenweg en het infiltratiesysteem een bijzondere plek in het landschap. Daartoe wordt het waterreservoir (nodig voor het infiltratiesysteem) in het verlengde van de veenweg gelegd en vormen nieuw en oud, reservoir en veenweg, een nieuwe lijn in het landschap. Een strakke, moderne lijn die de oude richting van de veenweg oppakt en 'brutaal' de huidige structuren van het landschap doorsnijdt. In het waterreservoir ligt een eiland dat als startpunt dient voor een wandelroute over de veenweg. Het eiland ligt op een hogere plek in het landschap en kan gezien worden als een verwijzing naar de hogere bewoningsplekken in de prehistorie. Het eiland kan ook dienen als gebruiksruimte: in het midden ligt een grasvlakte waar manifestatiesen concerten gehouden kunnen worden. Zo krijgt het nieuwe landschappelijke element een meervoudige functie. De beplanting rond het bassin verwijst op een vrije manier naar de gebruikte houtsoorten voor de weg: es, els, berk, eik, linde. Door de inbedding van de veenweg in de toeristisch-recreatieve structuur van het plaatselijke Oosterbo, krijgt deze ook een positie in de regionale, recreatieve netwerken.

Dit betekent nog niet dat met de uitvoering gestart kan worden. Er is nog een lange weg te gaan: diverse partijen zullen enthousiast gemaakt moeten worden om zich achter de gekozen oplossing te scharen en om de realisatie (en het terugkerend onderhoud) financieel mogelijk te maken. Zover is het nu nog niet.
 
De conclusies zijn nog niet in brede kring uitgezet. Daarvoor had het Drents Plateau (opdrachtgever) twee redenen. Ten eerste is er nog een experimentele fase voorzien, waarin het model in een proefopstelling voor infiltratie wordt getest. Omdat de definitieve opstelling zeker 100 jaar zal moeten functioneren, achtte de werkgroep het onverantwoord om zonder testfase te beginnen. Pas na afloop van het experiment is het zinvol om de bevindingen in een bredere wetenschappelijke kring uit te zetten. Het tweede aspect betrof het risico van het verspelen van het lokale draagvlak. Eerst wil de opdrachtgever met een proefopstelling en een goedwerkend ontwerp komen, voordat het plan in zijn directe omgeving wordt uitgezet.

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
Drents Plateau

Uitvoerders
Wageningen Universiteit, sectie waterhuishouding

Betrokken partijen
(landschaps)architecten
cultuurhistorici
Dienst Landelijk gebied
Drents Plateau
kunstenaars
onderzoekers
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Staatsbosbeheer
Wageningen Universiteit, sectie waterhuishouding
Waterschappen

terug naar bovenAanvullende informatie
Publicaties eindproduct
'Veenweg aan het infuus. Behoud in situ van de neolithische veenweg van Nieuw-Dordrecht (Drenthe)', een uitgave van de Dienst Landelijk Gebied in opdracht van de Werkgroep Veenweg van Nieuw-Dordrecht en met financiële ondersteuning van Belvedere.
Assen, december 2004

Websites/links
www.drentsplateau.nl

Contactpersonen
Stichting Drents Plateau
Dr. W.A.B.van der Sanden
T (0592) 30 59 30


Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Conservering Neolithische Veenweg Nieuw-Dordrecht
Conservering van de neolithische veenweg van Nieuw-Dordrecht: potentiële zuurstofconsumptie in veensubstraten
Onderzoek naar effecten van beheersmaatregelen op de conservering van een Neolithische veenweg bij Nieuw-Dordrecht
Palaeohistoria 24
Veenweg aan het infuus

Home . Voorbeeldprojecten . Overzicht projecten

Project Veenweg aan het infuus, Drenthe
bijgewerkt op 15 juli 2005
Planning:van 23 november 2001 t/m 23 december 2004
Projectfase:Het project Veenweg aan het infuus is afgerond. Omdat er sprake is van een experimentele fase die nog moet starten, zijn de eerste resultaten van het project nog niet in brede (wetenschappelijke) kring uitgezet.
Thema:Landelijk gebied
Cultuur-historisch
fenomeen:
Archeologisch
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Ten oosten van Nieuw-Dordrecht, op de oostflank van de Drenthse Hondsrug
Provincie:Drenthe
Belvedere ID:2001-014

Gerelateerde RO-dossiers:
Ruimtelijk vraagstuk en Belvedere - Ruimte voor wegen

terug naar bovenHet project
Hoewel de Neolithische veenweg van Nieuw-Dordrecht (4500 jaar oud) bijna 100 jaar geleden werd gevonden, is de oorspronkelijke functie van de weg nog niet ontrafeld. Recente inrichtingsplannen (de inrichting van een natuurgebied) hebben de discussie weer doen opvlammen. Kort gezegd gaat deze over de tegenstelling 'onvoltooide/ongebruikte weg' versus 'een weg die een rol speelde bij in het veen uitgevoerde rituelen'. Hopelijk lukt het toekomstige generaties onderzoekers om een defintief antwoord te vinden. Voorwaarde daarvoor is dat deze enig overgebleven weg uit de prehistorie dan nog in situ, in de bodem, bewaard is gebleven. Daarvoor moet er een plan bedacht worden om de grond nat te houden, want uitdroging van het hout dreigt. Het projectdoel werd gekoppeld aan een ontwerpplan waarbij de samenhang tussen het oorspronkelijke landschap en de veenweg de inspiratiebron zou zijn voor een nieuw in te richten landschap dat nieuwe en oude betekenissen verenigde. 

Aanleiding
De directe aanleiding voor dit Belvedereproject is dat de grondwaterspiegel in het gebied, als gevolg van vervening en waterbeheersingsmaatregelen in de naaste omgeving zodanig is gedaald, dat de veenweg vooral in de zomer af en toe boven de grondwaterspiegel ligt. Door contact met lucht treedt een versnelde afbraak van de houten veenweg op.  

Sinds een jaar of tien wordt onderzoek gedaan naar maatregelen die er voor moeten zorgen dat dit voor Nederland unieke archeologisch monument behouden kan blijven op de plek waar het al meer dan 4500 jaar in de bodem ligt. De houten weg dateert uit de late steentijd, is ongeveer vier meter breed en ligt 60 tot 80 centimeter onder het maaiveld. Deze weg is aangelegd aan de rand van wat ooit het grootste hoogveen van Noord-West-Europa was: het onmetelijke Bourtangerveen in de huidige gemeente Emmen, ten noordoosten van Nieuw-Dordrecht. Voor de weg zijn stammetjes van de els, berk, esdoorn, eik en linde gebruikt; de meeste stammetjes hebben een diameter van 10-25 cm. Onbekend is, hoe lang de weg oorspronkelijk is geweest en waartoe hij leidde. In elk geval moet hij een lengte van ongeveer 750 meter hebben gehad. Duidelijk mag zijn dat een dragend wegdek de toegang tot het kletsnatte, moeilijk toegankelijke veengebied vergemakkelijkte. Over het doel van de weg wordt nog steeds volop gespeculeerd.
De vraag is waarom de mensen zich de enorme moeite van de aanleg getroost hebben: de aanleg van 1 km veenweg zou volgens berekening zo'n 1400 manuren gekost hebben. De meest voor de hand liggende verklaring is: de weg maakte deel uit van een bovenregionaal wegenstelsel. Een andere hypothese luidt dat de weg aangelegd kan zijn om bij een siderietlens te komen (ijzeroer dat als kleurstof gebruikt werd). Een derde visie luidt dat de weg een functie had bij rituelen die in het veen plaatsvonden. Tegen alle drie de verklaringen is een hoop in te brengen. Een vierde hypothese -geformuleerd door opgraver dr. W.A. Casparie- lijkt aannemelijker. Hij luidt dat het om een niet voltooide dus ook om een niet gebruikte weg gaat. Het ontbreken van onderliggers zou hierop wijzen. Waarschijnlijk was het veen te nat en de Hondsrug al ontbost, waardoor er onvoldoende hout beschikbaar was.  

Problematiek/opgave
Conservering van deze prehistorische veenweg is het primaire doel. De vraag is of door middel van lokale watertoevoer de grondwaterspiegel ter plaatse zodanig kan worden verhoogd, dat de weg permanent onder water blijft. Het Belvedere-aspect is de ontwikkeling van een ontwerpplan waarbij de samenhang tussen het oorspronkelijke landschap en de weg de inspiratiebron is voor een in te richten natuurgebied dat nieuwe en oude betekenissen verenigt. 
 
Werkwijze
Eerdere pogingen om dit monument te beschermen hebben hun doel gemist. Wat kun je dan nog? Die vraag stelden zich eigenaar Staatsbosbeheer, Dienst Landelijk Gebied en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Geef je het monument over aan de elementen en aanvaard je de vergankelijkheid der dingen? Graaf je het momument op en stel je de cultuurhistorische informatie op die manier veilig? Of grijp je juist actief in, in de hoop het degeneratieproces te keren of te vertragen? De betrokken partijen kozen ervoor om de veenweg te behouden op de plaats waar hij al duizenden jaren ligt. Het streven naar behoud in situ past in het beleid van de ROB ten aanzien van de archeologische monumentenzorg. Een ’technische’ werkgroep boog zich over een manier om de weg te redden. In de werkgroep zaten deskundigen uit verschillende instellingen: Staatsbosbeheer, Dienst Landelijk Gebied Drenthe, Waterschap Hunze en Aa’s, Wageningen Universiteit (sectie waterhuishouding), Drents Plateau en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Bij de wens tot behoud in situ dienden zich drie vragen aan: 
1 Kan de hele weg gered worden?  
2 Is behoud in situ technisch gezien wel mogelijk en zo ja: wat kost dat? 
3 Hoe kan het natuurgebied ingericht worden? 

Resultaat
Uiteindelijk bleek de aanleg van een ondergronds infiltratiesysteem de gunstigste oplossing voor het probleem van de veenweg, zowel wat betreft de technische haalbaarheid, effectiviteit en duurzaamheid, en ook uit financieel oogpunt. Dit systeem moet ervoor zorgen dat boven de weg een hydrologische buffer met een hoog en stabiel waterpeil wordt gecreëerd. De veenweg wordt hierdoor als het ware aan het infuus gelegd. De werkgroep gaat ervan uit dat het systeem ongeveer honderd jaar zal werken. 
Bij de uitwerking is een aantal randvoorwaarden geformuleerd:
- het systeem moet zelfregulerend zijn
- er moet een beheers- en onderhoudplan zijn, inclusief een kostenraming
- duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en kosten
- de aanleg mag het monument geen schade toebrengen.   
Bij de werkgroep leeft de hoop dat het ooit zover komt dat het infuus kan worden losgekoppeld omdat op een andere, natuurlijke wijze een hoog waterpeil in het terrein van het monument verkregen kan worden. Maar dat is toekomstmuziek en daar kan de weg niet op wachten.   

Daarnaast is met behulp van een Belvederesubsidie een schetsontwerp gemaakt voor de landschappelijke inrichting van het terrein waarin het archeologisch monument ligt. Op deze manier is de onder het maaiveld verscholen weg weer zichtbaar gemaakt in het huidige landschap. Dit schetsontwerp zag het licht tijdens een workshop op 28 november 2002, waar een gemêleerd gezelschap van kunstenaars, archeologen, (landschaps)architecten, ecologen en streekbewoners brainstormden over de inrichting van het terrein rond de veenweg en - aangrenzend- het nieuw landschapselement herinrichting Emmen. Doel van de dag was genereren van ontwerpideeën voor een aantrekkelijk en bruikbaar landschap, waarbij de verbeelding van het verleden werd gekoppeld aan die van de toekomst. 

Vier groepen dachten elk vanuit een eigen invalshoek na over mogelijke ontwerpen. Alle vier waren ze het erover eens dat er randvoorwaarden gecreëerd zouden moeten worden voor cultuurtoerisme of toeristisch-recreatief medegebruik van het terrein: geen pretpark, geen commerciële toestanden en ’vermarkting’, maar wel subtiele informatie over de veenweg en het infiltratiesysteem. Voor meer educatieve aspecten zagen de meesten vooral een rol weggelegd voor het veenmuseum. Er was één groep die iets zei over de inrichting van het landschap. In het schetsontwerp krijgen de veenweg en het infiltratiesysteem een bijzondere plek in het landschap. Daartoe wordt het waterreservoir (nodig voor het infiltratiesysteem) in het verlengde van de veenweg gelegd en vormen nieuw en oud, reservoir en veenweg, een nieuwe lijn in het landschap. Een strakke, moderne lijn die de oude richting van de veenweg oppakt en 'brutaal' de huidige structuren van het landschap doorsnijdt. In het waterreservoir ligt een eiland dat als startpunt dient voor een wandelroute over de veenweg. Het eiland ligt op een hogere plek in het landschap en kan gezien worden als een verwijzing naar de hogere bewoningsplekken in de prehistorie. Het eiland kan ook dienen als gebruiksruimte: in het midden ligt een grasvlakte waar manifestatiesen concerten gehouden kunnen worden. Zo krijgt het nieuwe landschappelijke element een meervoudige functie. De beplanting rond het bassin verwijst op een vrije manier naar de gebruikte houtsoorten voor de weg: es, els, berk, eik, linde. Door de inbedding van de veenweg in de toeristisch-recreatieve structuur van het plaatselijke Oosterbo, krijgt deze ook een positie in de regionale, recreatieve netwerken.

Dit betekent nog niet dat met de uitvoering gestart kan worden. Er is nog een lange weg te gaan: diverse partijen zullen enthousiast gemaakt moeten worden om zich achter de gekozen oplossing te scharen en om de realisatie (en het terugkerend onderhoud) financieel mogelijk te maken. Zover is het nu nog niet.
 
De conclusies zijn nog niet in brede kring uitgezet. Daarvoor had het Drents Plateau (opdrachtgever) twee redenen. Ten eerste is er nog een experimentele fase voorzien, waarin het model in een proefopstelling voor infiltratie wordt getest. Omdat de definitieve opstelling zeker 100 jaar zal moeten functioneren, achtte de werkgroep het onverantwoord om zonder testfase te beginnen. Pas na afloop van het experiment is het zinvol om de bevindingen in een bredere wetenschappelijke kring uit te zetten. Het tweede aspect betrof het risico van het verspelen van het lokale draagvlak. Eerst wil de opdrachtgever met een proefopstelling en een goedwerkend ontwerp komen, voordat het plan in zijn directe omgeving wordt uitgezet.

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
Drents Plateau

Uitvoerders
Wageningen Universiteit, sectie waterhuishouding

Betrokken partijen
(landschaps)architecten
cultuurhistorici
Dienst Landelijk gebied
Drents Plateau
kunstenaars
onderzoekers
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Staatsbosbeheer
Wageningen Universiteit, sectie waterhuishouding
Waterschappen

terug naar bovenAanvullende informatie
Publicaties eindproduct
'Veenweg aan het infuus. Behoud in situ van de neolithische veenweg van Nieuw-Dordrecht (Drenthe)', een uitgave van de Dienst Landelijk Gebied in opdracht van de Werkgroep Veenweg van Nieuw-Dordrecht en met financiële ondersteuning van Belvedere.
Assen, december 2004

Websites/links
www.drentsplateau.nl

Contactpersonen
Stichting Drents Plateau
Dr. W.A.B.van der Sanden
T (0592) 30 59 30


Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Conservering Neolithische Veenweg Nieuw-Dordrecht
Conservering van de neolithische veenweg van Nieuw-Dordrecht: potentiële zuurstofconsumptie in veensubstraten
Onderzoek naar effecten van beheersmaatregelen op de conservering van een Neolithische veenweg bij Nieuw-Dordrecht
Palaeohistoria 24
Veenweg aan het infuus