Belvedere Logo foto
sitemap  print
Project Contourenbeleid voor historische kernen Hulst, Heusden en Thorn
bijgewerkt op 19 december 2006
Planning:van 1 januari 2002 t/m 6 november 2003
Projectfase:afgerond
Thema's:Stedelijk gebied, Landelijk gebied
Cultuur-historisch
fenomeen:
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Belvederesteden Heusden, Hulst en Thorn
Provincie:Noord-Brabant
Zeeland
Limburg
Belvedere ID:2001-118

Gerelateerde RO-dossiers:
Binnenstedelijke ontwikkelingen
Stedelijke uitbreiding

terug naar bovenHet project

Samenvatting
Is het mogelijk om de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van beschermde stads- en dorpsgezichten te versterken door ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan? Welk instrumentarium is daarvoor nodig? En welke rol kunnen de historische open ruimten hierin spelen?

Aanleiding en problematiek
In veel dorpen en steden verdwenen tot voor kort groene ruimten in en rond de bebouwde kom, omdat bij woningbouw het adagium gold van 'inbreiden voor uitbreiden' - zeg maar het opvullen van lege plekken binnen de bebouwde kom. Een adagium dat met het beoogde contourenbeleid uit de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening alleen nog maar sterker zou gelden. Inmiddels biedt de Nota Ruimte meer mogelijkheden om flexibeler om te gaan met de gemeentelijke bouwopgave. Maar ook nu nog gaat open ruimte regelmatig verloren. Dat is jammer, omdat die open ruimte vaak te vinden is in en rond de oudere delen van steden en dorpen, en vaak directe samenhang vertoont met de historische, stedelijke opbouw. De open ruimte wordt bij bouwplannen te weinig als wezenlijk element van de ruimtelijke en historische kwaliteit gezien.

Omgekeerd wordt binnen beschermde stads- en dorpsgezichten  de ruimtelijke dynamiek aan banden gelegd. Hierdoor blijven weliswaar de open ruimte en historische structuur behouden, maar blijven de steden en dorpen tegelijkertijd stilstaan in de tijd waarmee ze hun maatschappelijke relevantie kunnen verliezen.

Adviesbureau BRO had in de praktijk met beide situaties te maken, en vond dat er aan beide beleidsaanpakken belangrijke beperkingen kleefden: in de ene situatie was er te weinig aandacht voor de historische open ruimten, in de andere waren er te weinig mogelijkheden voor ruimtelijke dynamiek. BRO wilde daarom onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om in historische steden ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken én voort te bouwen op de historische stedebouwkundige structuur van zowel de bebouwde als de onbebouwde ruimte.

Werkwijze
Voor het onderzoek heeft BRO drie steden geselecteerd met een beschermd dorps- of stadsgezicht: Thorn, Hulst en Heusden. Deze drie Belvederesteden hebben te maken met uiteenlopende problematiek. Ze liggen in verschillende provincies en kennen daardoor een verschillende invulling van het ruimtelijke en cultuurhistorische beleid. Ook hebben ze ieder een eigen ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis. 

Voor de drie steden heeft BRO een fictieve ruimtelijke ontwikkelingsopgave bedacht, waarmee de problematiek op verschillende schaalniveaus kon worden onderzocht. De resultaten van het project waren dan ook niet bedoeld om een oplossing te bieden voor concrete problemen of opgaven. De drie gemeenten zijn bij het onderzoek betrokken, via interviews en een (ontwerp)workshop. Het onderzoek is begeleid door een breed samengestelde begeleidingsgroep, waarin ondere andere de drie provincies, het ministerie van VROM en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zitting hadden.

In het onderzoek is gekeken naar de betekenis van de open ruimte in de drie steden, en naar de manier waarop in andere steden bij bouwopgaven wordt omgegaan met de verhouding tussen open en bebouwde ruimte. Op basis van die kennis zijn verschillende planmodellen ontwikkeld, die geanalyseerd zijn op hun ruimtelijke, cultuurhistorische en stedebouwkundige kwaliteiten. Terugkijkend op deze ontwerpexercities heeft het ontwerpteam praktische en beleidsmatige conclusies en aanbevelingen geformuleerd om historische open ruimten bij stedelijke bouwopgaven beter te benutten en te ontwikkelen.

Resultaat
Uit de drie deelstudies blijkt dat het goed mogelijk is om cultuurhistorische waarden te benutten bij bouwopgaven in en rond historische steden en dorpen. Sterker nog: de ruimtelijke en historische kwaliteit van de drie Belvedere-steden zou door het toestaan van ruimtelijke dynamiek - mits historisch verantwoord - hoger kunnen zijn dan nu het geval is.
Daarvoor is het wel nodig dat het instrumentarium van de beschermde stad- en dorpsgezichten wordt ingeruild voor een dynamischer instrumentarium. De kern daarvan zou een expliciete inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden moeten zijn (waarin ook de open ruimte nadrukkelijk een rol speelt) en de verplichting daarop in het ontwerp voort te bouwen.
Het grootste manco van de beschermende benadering, concludeert BRO, is dat de beschermde steden en wijken niet worden meegenomen bij actuele ruimtelijke vraagstukken, noch op lokaal noch op regionaal niveau. Hierdoor worden kansrijke alternatieve ontwikkelingsmogelijkheden op voorhand uitgesloten.
Het Brabantse Heusden maakt bijvoorbeeld deel uit van de streekplanzone van Waalwijk tot Oss, waar een belangrijke woningbouwopgave ligt. Omdat Heusden een beschermd stadsgezicht heeft, kan er volgens het streekplan in en bij deze plaats niet gebouwd worden. Een gemiste kans, vindt BRO, omdat het goed mogelijk blijkt nieuwbouw in Heusden te combineren met de versterking van de historische en ruimtelijke kwaliteit van het stadje. De nieuwe bewoners vinden er een aantrekkelijke woonomgeving en kunnen gebruik maken van veel bestaande voorzieningen.

De ontwerpresultaten van de studie zijn in niet de praktijk toegepast bij fysieke ingrepen. Dit was ook niet de bedoeling van het project. Voor de gemeenten bleek het onderzoek te ver van de dagelijkse praktijk te staan. Met het vervallen van de rode contouren uit de Vijfde Nota is bovendien de directe aanleiding om met de resultaten van de studie aan de slag gegaan verdwenen. Gemeenten zullen binnen de kaders van de Nota Ruimte sneller geneigd zijn om bij nieuwbouw te kiezen voor een makkelijker en goedkopere locatie in het buitengebied.
 
Toch maakt BRO gebruik van de inzichten uit het onderzoek. Samen met haar opdrachtgevers kijkt BRO over de grenzen van de ontwerpopgave heen, zodat zowel de aard van de problematiek als de mogelijke oplossingsrichtingen duidelijker worden.

terug naar bovenKompas

Het kompas
link naar pagina: Kompas
meer informatie over het kompas

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
BRO, adviseurs in ruimtelijke ordening, economie en milieu

Uitvoerders
BRO, adviseurs in ruimtelijke ordening, economie en milieu

Betrokken partijen
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
Provincie Limburg
Provincie Noord-Brabant
Provincie Zeeland
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Vrije Universiteit Amsterdam

terug naar bovenAanvullende informatie
Publicaties eindproduct
Van het onderzoek is een eindrapport verschenen (zie bibliotheek). Dit rapport is te bestellen bij BRO, vught@bro.nl.

Contactpersonen
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met BRO, Hans Van Kempen, e-mail hans.van.kempen@bro.nl.

Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Contourenbeleid in historische kernen

Home . Voorbeeldprojecten . Overzicht projecten

Project Contourenbeleid voor historische kernen Hulst, Heusden en Thorn
bijgewerkt op 19 december 2006
Planning:van 1 januari 2002 t/m 6 november 2003
Projectfase:afgerond
Thema's:Stedelijk gebied, Landelijk gebied
Cultuur-historisch
fenomeen:
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Belvederesteden Heusden, Hulst en Thorn
Provincie:Noord-Brabant
Zeeland
Limburg
Belvedere ID:2001-118

Gerelateerde RO-dossiers:
Binnenstedelijke ontwikkelingen
Stedelijke uitbreiding

terug naar bovenHet project

Samenvatting
Is het mogelijk om de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van beschermde stads- en dorpsgezichten te versterken door ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan? Welk instrumentarium is daarvoor nodig? En welke rol kunnen de historische open ruimten hierin spelen?

Aanleiding en problematiek
In veel dorpen en steden verdwenen tot voor kort groene ruimten in en rond de bebouwde kom, omdat bij woningbouw het adagium gold van 'inbreiden voor uitbreiden' - zeg maar het opvullen van lege plekken binnen de bebouwde kom. Een adagium dat met het beoogde contourenbeleid uit de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening alleen nog maar sterker zou gelden. Inmiddels biedt de Nota Ruimte meer mogelijkheden om flexibeler om te gaan met de gemeentelijke bouwopgave. Maar ook nu nog gaat open ruimte regelmatig verloren. Dat is jammer, omdat die open ruimte vaak te vinden is in en rond de oudere delen van steden en dorpen, en vaak directe samenhang vertoont met de historische, stedelijke opbouw. De open ruimte wordt bij bouwplannen te weinig als wezenlijk element van de ruimtelijke en historische kwaliteit gezien.

Omgekeerd wordt binnen beschermde stads- en dorpsgezichten  de ruimtelijke dynamiek aan banden gelegd. Hierdoor blijven weliswaar de open ruimte en historische structuur behouden, maar blijven de steden en dorpen tegelijkertijd stilstaan in de tijd waarmee ze hun maatschappelijke relevantie kunnen verliezen.

Adviesbureau BRO had in de praktijk met beide situaties te maken, en vond dat er aan beide beleidsaanpakken belangrijke beperkingen kleefden: in de ene situatie was er te weinig aandacht voor de historische open ruimten, in de andere waren er te weinig mogelijkheden voor ruimtelijke dynamiek. BRO wilde daarom onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om in historische steden ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken én voort te bouwen op de historische stedebouwkundige structuur van zowel de bebouwde als de onbebouwde ruimte.

Werkwijze
Voor het onderzoek heeft BRO drie steden geselecteerd met een beschermd dorps- of stadsgezicht: Thorn, Hulst en Heusden. Deze drie Belvederesteden hebben te maken met uiteenlopende problematiek. Ze liggen in verschillende provincies en kennen daardoor een verschillende invulling van het ruimtelijke en cultuurhistorische beleid. Ook hebben ze ieder een eigen ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis. 

Voor de drie steden heeft BRO een fictieve ruimtelijke ontwikkelingsopgave bedacht, waarmee de problematiek op verschillende schaalniveaus kon worden onderzocht. De resultaten van het project waren dan ook niet bedoeld om een oplossing te bieden voor concrete problemen of opgaven. De drie gemeenten zijn bij het onderzoek betrokken, via interviews en een (ontwerp)workshop. Het onderzoek is begeleid door een breed samengestelde begeleidingsgroep, waarin ondere andere de drie provincies, het ministerie van VROM en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zitting hadden.

In het onderzoek is gekeken naar de betekenis van de open ruimte in de drie steden, en naar de manier waarop in andere steden bij bouwopgaven wordt omgegaan met de verhouding tussen open en bebouwde ruimte. Op basis van die kennis zijn verschillende planmodellen ontwikkeld, die geanalyseerd zijn op hun ruimtelijke, cultuurhistorische en stedebouwkundige kwaliteiten. Terugkijkend op deze ontwerpexercities heeft het ontwerpteam praktische en beleidsmatige conclusies en aanbevelingen geformuleerd om historische open ruimten bij stedelijke bouwopgaven beter te benutten en te ontwikkelen.

Resultaat
Uit de drie deelstudies blijkt dat het goed mogelijk is om cultuurhistorische waarden te benutten bij bouwopgaven in en rond historische steden en dorpen. Sterker nog: de ruimtelijke en historische kwaliteit van de drie Belvedere-steden zou door het toestaan van ruimtelijke dynamiek - mits historisch verantwoord - hoger kunnen zijn dan nu het geval is.
Daarvoor is het wel nodig dat het instrumentarium van de beschermde stad- en dorpsgezichten wordt ingeruild voor een dynamischer instrumentarium. De kern daarvan zou een expliciete inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden moeten zijn (waarin ook de open ruimte nadrukkelijk een rol speelt) en de verplichting daarop in het ontwerp voort te bouwen.
Het grootste manco van de beschermende benadering, concludeert BRO, is dat de beschermde steden en wijken niet worden meegenomen bij actuele ruimtelijke vraagstukken, noch op lokaal noch op regionaal niveau. Hierdoor worden kansrijke alternatieve ontwikkelingsmogelijkheden op voorhand uitgesloten.
Het Brabantse Heusden maakt bijvoorbeeld deel uit van de streekplanzone van Waalwijk tot Oss, waar een belangrijke woningbouwopgave ligt. Omdat Heusden een beschermd stadsgezicht heeft, kan er volgens het streekplan in en bij deze plaats niet gebouwd worden. Een gemiste kans, vindt BRO, omdat het goed mogelijk blijkt nieuwbouw in Heusden te combineren met de versterking van de historische en ruimtelijke kwaliteit van het stadje. De nieuwe bewoners vinden er een aantrekkelijke woonomgeving en kunnen gebruik maken van veel bestaande voorzieningen.

De ontwerpresultaten van de studie zijn in niet de praktijk toegepast bij fysieke ingrepen. Dit was ook niet de bedoeling van het project. Voor de gemeenten bleek het onderzoek te ver van de dagelijkse praktijk te staan. Met het vervallen van de rode contouren uit de Vijfde Nota is bovendien de directe aanleiding om met de resultaten van de studie aan de slag gegaan verdwenen. Gemeenten zullen binnen de kaders van de Nota Ruimte sneller geneigd zijn om bij nieuwbouw te kiezen voor een makkelijker en goedkopere locatie in het buitengebied.
 
Toch maakt BRO gebruik van de inzichten uit het onderzoek. Samen met haar opdrachtgevers kijkt BRO over de grenzen van de ontwerpopgave heen, zodat zowel de aard van de problematiek als de mogelijke oplossingsrichtingen duidelijker worden.

terug naar bovenKompas

Het kompas
link naar pagina: Kompas
meer informatie over het kompas

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
BRO, adviseurs in ruimtelijke ordening, economie en milieu

Uitvoerders
BRO, adviseurs in ruimtelijke ordening, economie en milieu

Betrokken partijen
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
Provincie Limburg
Provincie Noord-Brabant
Provincie Zeeland
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Vrije Universiteit Amsterdam

terug naar bovenAanvullende informatie
Publicaties eindproduct
Van het onderzoek is een eindrapport verschenen (zie bibliotheek). Dit rapport is te bestellen bij BRO, vught@bro.nl.

Contactpersonen
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met BRO, Hans Van Kempen, e-mail hans.van.kempen@bro.nl.

Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Contourenbeleid in historische kernen