Belvedere Logo foto
sitemap  print
Project 99 + 1 Stadstuinen Almere Hout
bijgewerkt op 6 december 2006
Planning:van 1 januari 2002 t/m 31 december 2004
Projectfase:visievorming afgerond
Thema's:Stedelijk gebied, Landelijk gebied
Cultuur-historisch
fenomeen:
Archeologisch
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Gemeente Almere
Provincie:Flevoland
Belvedere ID:2001-083

Gerelateerde RO-dossiers:
Stedelijke uitbreiding

terug naar bovenHet project

Samenvatting
Vaak worden archeologische waarden pas in een laat stadium in bouwplannen opgenomen, wat kan leiden tot vertraging, extra kosten en een hoop frustratie. Voor het nieuwe stadsdeel Almere Hout wil de gemeente Almere dat omkeren: de archeologische vindplaatsen krijgen een rol als stadstuin, en gaan deel uitmaken van de ruimtelijke structuur. Zo gaan ze de identiteit van het nieuwe stadsdeel meebepalen. Een verrassende aanpak, zeker voor de jongste stad van Nederland. Archeologie in Almere?

Aanleiding
Almere, amper 25 jaar oud, is een van de snelst groeiende steden van Nederland. In het nieuwe stadsdeel Almere Hout, aan de zuidrand van de stad, worden de komende decennia 20.000 nieuwe woningen gebouwd en wordt meer dan 500 hectare bedrijventerrein aangelegd – een opgave die niet onderdoet voor die van een Vinex-wijk als Leidsche Rijn.

In het Structuurplan voor Almere Hout, dat in 2001 is vastgesteld, vormt archeologie een op het eerste gezicht verrassende onderlegger onder de ruimtelijke inrichting van het gebied. Want voor een stad die gebouwd is op de jongste bodem van Nederland lijkt een koppeling tussen ruimtelijke ontwikkeling en het behoud van cultuurhistorische waarden niet voor de hand te liggen. Maar schijn bedriegt. In de Steentijd was het huidige Flevoland bewoond door rondtrekkende jagers-verzamelaars, waarna het oorspronkelijke landschap langzaam verdronk. De prehistorische resten zijn daardoor goed geconserveerd. Uit de latere - maritieme – periode liggen nog veel goed bewaarde scheepswrakken in de bodem.

Het belang van archeologie werd duidelijk bij de aanleg van de snelweg A27, waarbij het trace van de weg werd onderzocht. Hieruit kon afgeleid worden dat ook elders in het plangebied een grote rijkdom aan archeologische vondsten te verwachten valt.
Om die archeologische waarden te beschermen is in het Structuurplan voor Almere Hout het idee ontwikkeld om op de plek van archeologische vindplaatsen - die grotendeels nog onbekend zijn – 'stadstuinen' te ontwikkelen, die een rol zouden kunnen spelen als (semi-)openbare ruimte. De stadstuinen dragen op die manier in belangrijke mate bij aan de ruimtelijke structuur van het nieuwe stadsdeel, terwijl de archeologische waarden in de bodem bewaard kunnen blijven. De stadstuinen worden onderling verbonden door een recreatieve wandelroute, de ’Geest van Hout’. De stadstuinen-aanpak wijkt af van de gangbare praktijk van stedelijke ontwikkeling. De archeologie wordt gebruikt als inspiratiebron en de tuinen (openbare ruimte) worden al aangelegd voordat er met de woningbouwplannen gestart is. Het idee van de stadstuinen leverde het Atelier Structuurplan Almere Hout in 1999 dan ook de Ym van der Werff-prijs voor archeologische monumentenzorg op.

Problematiek/opgave
Hoewel in het Structuurplan op hoofdlijnen was vastgelegd dat er op archeologische vindplaatsen in totaal 50 tot 100 stadstuinen zouden moeten komen, waren er nog veel vragen, onduidelijkheden en (politieke) onzekerheden: Wat zijn de eisen die aan een stadstuin gesteld moeten worden? Hoe ziet zo’n stadstuin eruit? Hoe leg je de link tussen de archeologische waarden en de inrichting van de stadstuinen? Wie beheert de stadstuinen? Hoe zorg je dat de stadstuinen er ook daadwerkelijk komen en niet in de maalstroom van de gangbare stedelijke ontwikkeling verloren gaan? En hoe financier je de extra kosten voor een stadstuin? Om al die vragen te beantwoorden is in het Belvedere-project 99 + 1 Stadstuinen het idee van de stadstuin verder uitgewerkt.

Werkwijze
Oorspronkelijk was het de bedoeling een voorbeeld-stadstuin langs de A27 te ontwerpen, op de plek van een geconserveerd scheepswrak. De ervaringen die in het ontwerptraject zouden worden opgedaan - ondermeer op het gebied van (voor)financiering, ontwerp en samenwerking – konden dan dienen als input voor de overige 99 stadstuinen. In de praktijk is van dit idee afgeweken, ondermeer omdat veranderde omstandigheden om een aangepaste strategie vroegen, zoals de vervroegde start van de ontwikkeling van Almere Hout Noord. Wel is grofweg de oorspronkelijke fasering gehandhaafd.

In een eerste stap is het idee van de stadstuin met een groot aantal partijen besproken, waaronder ingenieursbureaus, projectontwikkelaars, VVV’s, de provincie Flevoland, Staatsbosbeheer, het Nederlands Instituut voor Scheepsarcheologie, en andere cultuurhistorische en archeologische organisaties. Deze stap heeft geleid tot een programma van eisen, waaraan de stadstuinen moeten voldoen, en - misschien nog wel belangrijker - veel betrokkenheid en enthousiasme bij de deelnemers.

In een tweede stap zijn twee bureaus gevraagd om op basis van het programma van eisen een strategie te ontwerpen voor de realisatie en inrichting van de stadstuinen. Parallel daaraan heeft een stedebouwkundig bureau met name de financiele, juridische en technische aspecten van de (voor)aanleg van de stadstuinen in kaart gebracht. De Universiteit van Amsterdam heeft de archeologisch-wetenschappelijke waarde van het gebied in beeld gebracht en de omgang met archeologie in het stedelijke ontwikkelingsproces beschreven. Naar aanleiding van de resultaten van deze twee stappen, en vanwege de vergevorderde plannen voor de aanleg van Almere Hout Noord, is afgeweken van het idee om de stadstuin bij de A27 aan te leggen. Er is voor gekozen in te zetten op de realisatie van een of meer stadstuinen in Almere Hout Noord. Voor de bekende vindplaatsen bij de A27 is nu een projectvoorstel gemaakt, waarbij deze vindplaatsen opgenomen worden in een toeristisch-recreatieve route.

Resultaat
Belangrijk inhoudelijk resultaat van het project is de onderstreping van het idee van de vooraanleg van de stadstuinen. De tuinen worden aangelegd nog voordat er bouwzand wordt opgespoten en de wijken zijn ontworpen. Op die manier kan de stadstuin een ontwerpaanleiding vormen voor de nieuwbouw.
Alle tuinen worden ommuurd, zodat de archeologische vindplaats tijdens de bouwwerkzaamheden niet wordt beschadigd. Bovendien ontstaat zo een afgesloten ruimte met een eigen karakter. In de tuin blijft de oorspronkelijke (zee)bodem zichtbaar. De tuin komt dus verdiept te liggen ten opzichte van de opgespoten omgeving, wat ook weer ten goede komt aan de herkenbaarheid en de beleving - de gelaagdheid van de geschiedenis.

De archeologie van de vindplaats zelf gaat over het algemeen geen rol spelen in de inrichting van de tuinen. Meestal gaat het voor het brede publiek om onooglijke zaken: ‘stof en gruis’. Het is de bedoeling archeologie op een terloopse manier te presenteren. Wel zal de volledige ’biografie van het landschap’ terugkomen in de tuinen. Dat betekent dat niet alleen de perioden met archeologische vondsten worden verbeeld in de stadstuinen, maar ook de recente ontginningsperiode met zijn rationele landbouwverkaveling, en de toekomstige stedelijke inrichting. Ook zal een website alle archeologische vondsten in het gebied toegankelijk maken, en is het de bedoeling dat een van de stadstuinen wordt ingericht als ’Belvedere-paviljoen’, waar zowel de archeologische waarden als de ruimtelijke ontwikkelingen worden geschetst.

Voor de inrichting en het beheer van de stadstuinen hebben twee bureaus ontwerpen gemaakt. Een bureau stelde voor de stadstuinen als collectieve ruimte te ontwikkelen door ze - onder bepaalde voorwaarden - uit te geven aan de aanpalende woningbezitters, die de tuinen zelf inrichten en beheren. Het andere bureau wil in de stadstuinen ook ruimte bieden aan nieuwe vormen van gebruik, die tegemoet komen aan een steeds diversere samenleving. Denk aan tuinen die je af kunt huren voor een theatervoorstelling of een feest, of waar je van de stilte of de duisternis kunt genieten. Essentieel is ook het besef dat de tuin deel is van een reeks.

Eind 2004 is gestart met de bouwplannen voor Almere Hout Noord. Inmiddels is het gehele gebied met zand opgespoten, omdat men voorafgaand aan het archeologisch onderzoek goedkoop aan bouwzand kon komen. Inmiddels is een archeologische inventarisatie uitgevoerd, waaruit blijkt dat er ten minste 5 vindplaatsen beschermd moeten worden. In 2008 wordt naar verwachting gestart met de woningbouw.

De afdeling Stedenbouw en Landschap die het idee van de stadstuinen trekt, heeft in samenwerking met de archeologen van de gemeente drie voorstellen gedaan voor de (gefaseerde) realisatie van de stadstuinen:

1.) Neem 5 stadstuinen op in de plannen voor Almere Hout Noord, inclusief een verbindende route. Technisch is dit goed mogelijk. Het betekent dat het opgespoten zand op de locaties moet worden verwijderd. Woningbouwvereniging Ymere heeft begin 2005 een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerp van de eerste stadstuin. Gemeente en Ymere hebben de intentie om de eerste stadstuin in Almere Hout daadwerkelijk te realiseren. Een publiekstenstoonstelling van de inzendingen, eind 2005, zal het idee van de stadstuinen onder de aandacht van een breed publiek brengen.
2.) Stel een Plan van Aanpak op voor de aanleg van een toeristische route langs de al bekende archeologische vindplaatsen, die met name in het zuidelijk deel van het plan te vinden zijn. De toeristisch-archeologische route kan uitgroeien tot het visitekaartje van het gebied.
3. ) Stel scenario’s op om te bekijken hoe de stadstuinen in de overige gebieden van Almere Hout (dus buiten de eerste fase) gerealiseerd kunnen worden. Dit betekent allereerst dat er archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Dit is een gigantische klus, vele malen groter dan de archeologische inventarisaties voor de Betuwelijn, bijvoorbeeld. De scenario's moeten de kosten voor de inventarisatie en de vooraanleg van de tuinen in beeld brengen (inclusief de rentelasten), en deze afzetten tegen de meerwaarde ervan, met name als resultaat van een aantrekkelijk woonmilieu, dat al direct na de oplevering zichtbaar en beleefbaar is.

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
Gemeente Almere

Uitvoerders
Eker en Schaap Landschapsarchitecten
IMOSS bureau voor stedebouw bv
Universiteit van Amsterdam
Wingender Hovenier Architecten

Betrokken partijen
cultuurhistorici
Flevolands Bureau voor Toerisme
Grontmij
Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie (NISA)
Oranjewoud
projectontwikkelaars
Provincie Flevoland
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Staatsbosbeheer
Stadslandgoed de Kemphaan
Universiteit van Amsterdam

terug naar bovenLeermomenten / succesfactoren
Hoewel het project tot aansprekende ideeën heeft geleid, het (inter)nationaal hoog aangeschreven staat en veel partijen graag actief willen bijdragen aan de realisatie van de stadstuinen, blijkt het lastig om het concept in de dagelijkse praktijk van de stedelijke ontwikkeling te verankeren. Een belangrijke reden daarvoor is dat het project zo vernieuwend is dat er nog veel vragen onbeantwoord zijn, met name op het vlak van de grondexploitatie, voorfinanciering en het beheer. De stadstuinen zijn met name vanwege de muren duurder dan gangbare groengebieden. Bovendien vraagt de vooraanleg van de tuinen om een ongebruikelijke financiële constructie of voorfinanciering vanuit de gemeente.

terug naar bovenAanvullende informatie
Publicaties eindproduct
Tijdens het project zijn verschillende interne tussenproducten verschenen. Deze zijn niet beschikbaar voor een breed publiek. In de bibliotheek is een samenvattende eindnotie te vinden, die de belangrijkste resultaten van het project weergeeft.

Contactpersonen
Gemeenten Almere, dhr. Ir. B. van der Meulen, tuin- en landschapsarchitect, tel. 036-5399532, e-mail bvdmeulen@almere.nl.


afbeelding: Locatie toekomstige wijk Almere Hout. Bron: Gemeente Almere

afbeelding: Oude vondsten in het nieuwe land. Bron: Gemeente Almere

afbeelding: Stadstuin in nog te ontwikkelde stadswijk. Bron Gemeente Almere

afbeelding: Voorstel voor stadstuin, het verschil in hoogte tussen tuin en omgeving is goed zichtbaar. Bron: Gemeente Almere

Home . Voorbeeldprojecten . Overzicht projecten

Project 99 + 1 Stadstuinen Almere Hout
bijgewerkt op 6 december 2006
Planning:van 1 januari 2002 t/m 31 december 2004
Projectfase:visievorming afgerond
Thema's:Stedelijk gebied, Landelijk gebied
Cultuur-historisch
fenomeen:
Archeologisch
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Gemeente Almere
Provincie:Flevoland
Belvedere ID:2001-083

Gerelateerde RO-dossiers:
Stedelijke uitbreiding

terug naar bovenHet project

Samenvatting
Vaak worden archeologische waarden pas in een laat stadium in bouwplannen opgenomen, wat kan leiden tot vertraging, extra kosten en een hoop frustratie. Voor het nieuwe stadsdeel Almere Hout wil de gemeente Almere dat omkeren: de archeologische vindplaatsen krijgen een rol als stadstuin, en gaan deel uitmaken van de ruimtelijke structuur. Zo gaan ze de identiteit van het nieuwe stadsdeel meebepalen. Een verrassende aanpak, zeker voor de jongste stad van Nederland. Archeologie in Almere?

Aanleiding
Almere, amper 25 jaar oud, is een van de snelst groeiende steden van Nederland. In het nieuwe stadsdeel Almere Hout, aan de zuidrand van de stad, worden de komende decennia 20.000 nieuwe woningen gebouwd en wordt meer dan 500 hectare bedrijventerrein aangelegd – een opgave die niet onderdoet voor die van een Vinex-wijk als Leidsche Rijn.

In het Structuurplan voor Almere Hout, dat in 2001 is vastgesteld, vormt archeologie een op het eerste gezicht verrassende onderlegger onder de ruimtelijke inrichting van het gebied. Want voor een stad die gebouwd is op de jongste bodem van Nederland lijkt een koppeling tussen ruimtelijke ontwikkeling en het behoud van cultuurhistorische waarden niet voor de hand te liggen. Maar schijn bedriegt. In de Steentijd was het huidige Flevoland bewoond door rondtrekkende jagers-verzamelaars, waarna het oorspronkelijke landschap langzaam verdronk. De prehistorische resten zijn daardoor goed geconserveerd. Uit de latere - maritieme – periode liggen nog veel goed bewaarde scheepswrakken in de bodem.

Het belang van archeologie werd duidelijk bij de aanleg van de snelweg A27, waarbij het trace van de weg werd onderzocht. Hieruit kon afgeleid worden dat ook elders in het plangebied een grote rijkdom aan archeologische vondsten te verwachten valt.
Om die archeologische waarden te beschermen is in het Structuurplan voor Almere Hout het idee ontwikkeld om op de plek van archeologische vindplaatsen - die grotendeels nog onbekend zijn – 'stadstuinen' te ontwikkelen, die een rol zouden kunnen spelen als (semi-)openbare ruimte. De stadstuinen dragen op die manier in belangrijke mate bij aan de ruimtelijke structuur van het nieuwe stadsdeel, terwijl de archeologische waarden in de bodem bewaard kunnen blijven. De stadstuinen worden onderling verbonden door een recreatieve wandelroute, de ’Geest van Hout’. De stadstuinen-aanpak wijkt af van de gangbare praktijk van stedelijke ontwikkeling. De archeologie wordt gebruikt als inspiratiebron en de tuinen (openbare ruimte) worden al aangelegd voordat er met de woningbouwplannen gestart is. Het idee van de stadstuinen leverde het Atelier Structuurplan Almere Hout in 1999 dan ook de Ym van der Werff-prijs voor archeologische monumentenzorg op.

Problematiek/opgave
Hoewel in het Structuurplan op hoofdlijnen was vastgelegd dat er op archeologische vindplaatsen in totaal 50 tot 100 stadstuinen zouden moeten komen, waren er nog veel vragen, onduidelijkheden en (politieke) onzekerheden: Wat zijn de eisen die aan een stadstuin gesteld moeten worden? Hoe ziet zo’n stadstuin eruit? Hoe leg je de link tussen de archeologische waarden en de inrichting van de stadstuinen? Wie beheert de stadstuinen? Hoe zorg je dat de stadstuinen er ook daadwerkelijk komen en niet in de maalstroom van de gangbare stedelijke ontwikkeling verloren gaan? En hoe financier je de extra kosten voor een stadstuin? Om al die vragen te beantwoorden is in het Belvedere-project 99 + 1 Stadstuinen het idee van de stadstuin verder uitgewerkt.

Werkwijze
Oorspronkelijk was het de bedoeling een voorbeeld-stadstuin langs de A27 te ontwerpen, op de plek van een geconserveerd scheepswrak. De ervaringen die in het ontwerptraject zouden worden opgedaan - ondermeer op het gebied van (voor)financiering, ontwerp en samenwerking – konden dan dienen als input voor de overige 99 stadstuinen. In de praktijk is van dit idee afgeweken, ondermeer omdat veranderde omstandigheden om een aangepaste strategie vroegen, zoals de vervroegde start van de ontwikkeling van Almere Hout Noord. Wel is grofweg de oorspronkelijke fasering gehandhaafd.

In een eerste stap is het idee van de stadstuin met een groot aantal partijen besproken, waaronder ingenieursbureaus, projectontwikkelaars, VVV’s, de provincie Flevoland, Staatsbosbeheer, het Nederlands Instituut voor Scheepsarcheologie, en andere cultuurhistorische en archeologische organisaties. Deze stap heeft geleid tot een programma van eisen, waaraan de stadstuinen moeten voldoen, en - misschien nog wel belangrijker - veel betrokkenheid en enthousiasme bij de deelnemers.

In een tweede stap zijn twee bureaus gevraagd om op basis van het programma van eisen een strategie te ontwerpen voor de realisatie en inrichting van de stadstuinen. Parallel daaraan heeft een stedebouwkundig bureau met name de financiele, juridische en technische aspecten van de (voor)aanleg van de stadstuinen in kaart gebracht. De Universiteit van Amsterdam heeft de archeologisch-wetenschappelijke waarde van het gebied in beeld gebracht en de omgang met archeologie in het stedelijke ontwikkelingsproces beschreven. Naar aanleiding van de resultaten van deze twee stappen, en vanwege de vergevorderde plannen voor de aanleg van Almere Hout Noord, is afgeweken van het idee om de stadstuin bij de A27 aan te leggen. Er is voor gekozen in te zetten op de realisatie van een of meer stadstuinen in Almere Hout Noord. Voor de bekende vindplaatsen bij de A27 is nu een projectvoorstel gemaakt, waarbij deze vindplaatsen opgenomen worden in een toeristisch-recreatieve route.

Resultaat
Belangrijk inhoudelijk resultaat van het project is de onderstreping van het idee van de vooraanleg van de stadstuinen. De tuinen worden aangelegd nog voordat er bouwzand wordt opgespoten en de wijken zijn ontworpen. Op die manier kan de stadstuin een ontwerpaanleiding vormen voor de nieuwbouw.
Alle tuinen worden ommuurd, zodat de archeologische vindplaats tijdens de bouwwerkzaamheden niet wordt beschadigd. Bovendien ontstaat zo een afgesloten ruimte met een eigen karakter. In de tuin blijft de oorspronkelijke (zee)bodem zichtbaar. De tuin komt dus verdiept te liggen ten opzichte van de opgespoten omgeving, wat ook weer ten goede komt aan de herkenbaarheid en de beleving - de gelaagdheid van de geschiedenis.

De archeologie van de vindplaats zelf gaat over het algemeen geen rol spelen in de inrichting van de tuinen. Meestal gaat het voor het brede publiek om onooglijke zaken: ‘stof en gruis’. Het is de bedoeling archeologie op een terloopse manier te presenteren. Wel zal de volledige ’biografie van het landschap’ terugkomen in de tuinen. Dat betekent dat niet alleen de perioden met archeologische vondsten worden verbeeld in de stadstuinen, maar ook de recente ontginningsperiode met zijn rationele landbouwverkaveling, en de toekomstige stedelijke inrichting. Ook zal een website alle archeologische vondsten in het gebied toegankelijk maken, en is het de bedoeling dat een van de stadstuinen wordt ingericht als ’Belvedere-paviljoen’, waar zowel de archeologische waarden als de ruimtelijke ontwikkelingen worden geschetst.

Voor de inrichting en het beheer van de stadstuinen hebben twee bureaus ontwerpen gemaakt. Een bureau stelde voor de stadstuinen als collectieve ruimte te ontwikkelen door ze - onder bepaalde voorwaarden - uit te geven aan de aanpalende woningbezitters, die de tuinen zelf inrichten en beheren. Het andere bureau wil in de stadstuinen ook ruimte bieden aan nieuwe vormen van gebruik, die tegemoet komen aan een steeds diversere samenleving. Denk aan tuinen die je af kunt huren voor een theatervoorstelling of een feest, of waar je van de stilte of de duisternis kunt genieten. Essentieel is ook het besef dat de tuin deel is van een reeks.

Eind 2004 is gestart met de bouwplannen voor Almere Hout Noord. Inmiddels is het gehele gebied met zand opgespoten, omdat men voorafgaand aan het archeologisch onderzoek goedkoop aan bouwzand kon komen. Inmiddels is een archeologische inventarisatie uitgevoerd, waaruit blijkt dat er ten minste 5 vindplaatsen beschermd moeten worden. In 2008 wordt naar verwachting gestart met de woningbouw.

De afdeling Stedenbouw en Landschap die het idee van de stadstuinen trekt, heeft in samenwerking met de archeologen van de gemeente drie voorstellen gedaan voor de (gefaseerde) realisatie van de stadstuinen:

1.) Neem 5 stadstuinen op in de plannen voor Almere Hout Noord, inclusief een verbindende route. Technisch is dit goed mogelijk. Het betekent dat het opgespoten zand op de locaties moet worden verwijderd. Woningbouwvereniging Ymere heeft begin 2005 een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerp van de eerste stadstuin. Gemeente en Ymere hebben de intentie om de eerste stadstuin in Almere Hout daadwerkelijk te realiseren. Een publiekstenstoonstelling van de inzendingen, eind 2005, zal het idee van de stadstuinen onder de aandacht van een breed publiek brengen.
2.) Stel een Plan van Aanpak op voor de aanleg van een toeristische route langs de al bekende archeologische vindplaatsen, die met name in het zuidelijk deel van het plan te vinden zijn. De toeristisch-archeologische route kan uitgroeien tot het visitekaartje van het gebied.
3. ) Stel scenario’s op om te bekijken hoe de stadstuinen in de overige gebieden van Almere Hout (dus buiten de eerste fase) gerealiseerd kunnen worden. Dit betekent allereerst dat er archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Dit is een gigantische klus, vele malen groter dan de archeologische inventarisaties voor de Betuwelijn, bijvoorbeeld. De scenario's moeten de kosten voor de inventarisatie en de vooraanleg van de tuinen in beeld brengen (inclusief de rentelasten), en deze afzetten tegen de meerwaarde ervan, met name als resultaat van een aantrekkelijk woonmilieu, dat al direct na de oplevering zichtbaar en beleefbaar is.

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
Gemeente Almere

Uitvoerders
Eker en Schaap Landschapsarchitecten
IMOSS bureau voor stedebouw bv
Universiteit van Amsterdam
Wingender Hovenier Architecten

Betrokken partijen
cultuurhistorici
Flevolands Bureau voor Toerisme
Grontmij
Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie (NISA)
Oranjewoud
projectontwikkelaars
Provincie Flevoland
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Staatsbosbeheer
Stadslandgoed de Kemphaan
Universiteit van Amsterdam

terug naar bovenLeermomenten / succesfactoren
Hoewel het project tot aansprekende ideeën heeft geleid, het (inter)nationaal hoog aangeschreven staat en veel partijen graag actief willen bijdragen aan de realisatie van de stadstuinen, blijkt het lastig om het concept in de dagelijkse praktijk van de stedelijke ontwikkeling te verankeren. Een belangrijke reden daarvoor is dat het project zo vernieuwend is dat er nog veel vragen onbeantwoord zijn, met name op het vlak van de grondexploitatie, voorfinanciering en het beheer. De stadstuinen zijn met name vanwege de muren duurder dan gangbare groengebieden. Bovendien vraagt de vooraanleg van de tuinen om een ongebruikelijke financiële constructie of voorfinanciering vanuit de gemeente.

terug naar bovenAanvullende informatie
Publicaties eindproduct
Tijdens het project zijn verschillende interne tussenproducten verschenen. Deze zijn niet beschikbaar voor een breed publiek. In de bibliotheek is een samenvattende eindnotie te vinden, die de belangrijkste resultaten van het project weergeeft.

Contactpersonen
Gemeenten Almere, dhr. Ir. B. van der Meulen, tuin- en landschapsarchitect, tel. 036-5399532, e-mail bvdmeulen@almere.nl.