Belvedere Logo foto
sitemap  print
Project Krimpenerwaard: cultuurhistorie als inspiratiebron voor natuurbeheer
bijgewerkt op 19 december 2007
Planning:van 20 december 2003 t/m 24 maart 2005
Projectfase:afgerond
Thema:Landelijk gebied
Cultuur-historisch
fenomeen:
Archeologisch
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Krimpenerwaard (Belvederegebied)
Provincie:Zuid-Holland
Belvedere ID:B03/033

Gerelateerde RO-dossiers:
Natuurontwikkeling
Waterberging en beheer

terug naar bovenHet project
Samenvatting
De Krimpenerwaard vormt samen met de Lopikerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. Tussen bedijkte rivieren ligt een gaaf patroon van middeleeuwse ontginningen. Bijna een kwart van de waard wordt ingericht als natuurgebied. Het Zuid-Hollands Landschap wil bij de inrichting en het beheer van de natuurgebieden in de Krimpenerwaard voortbouwen op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Maar gaan natuurontwikkeling en cultuurhistorie wel hand in hand?

Aanleiding
De Krimpenerwaard is een topgebied in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provinice Zuid-Holland. Het is een uitgestrekt, open agrarisch veenweidegebied, met een gaaf patroon van middeleeuwse ontginningen, met typische, opstrekkende percelen en sloten, dijkdorpen en bebouwingslinten. De Krimpenerwaard – een waard is een stuk land dat door rivieren wordt omgeven – ligt ingeklemd tussen de Hollandse IJssel, de Lek en de Vlist, een kleinere veenstroom. Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. Aan de rand van de Krimpenerwaard bevinden zich de beschermde dorpsgezichten van Vlist en Schoonhoven.
Behalve de verstedelijking rond Krimpen aan den IJssel (in het uiterste westen van de Waard) en de aanleg van het Loetbos, zijn er sinds 1600 nauwelijks grootschalige ruimtelijke ingrepen geweest. Wel hebben zich met name de afgelopen 50 jaar allerlei geleidelijke veranderingen voorgedaan, zoals schaalvergroting in de landbouw en de uitbreiding van dorpen, infrastructuur en bedrijventerreinen. Bij elkaar opgeteld zijn deze relatief kleine veranderingen van grote invloed geweest op het karakter van het gebied.

Problematiek / opgave
Het Zuid-Hollands Landschap bezit veel terreinen in de Krimpenerwaard. In het kader van de landinrichting wordt het aantal te beheren terreinen fors uitgebreid. Van de 12.000 hectare die de Krimpenerwaard groot is, wordt 10.000 hectare opnieuw ingericht, waarvan in totaal 2.500 hectare bestemd is voor natuurbeheer en -ontwikkeling. Momenteel beheert het Zuid-Hollands Landschap 1.000 hectare natuur in de Krimpenerwaard.
Om het karakter van de Krimpenerwaard te behouden, herstellen en versterken, wil het Zuid-Hollands Landschap de cultuurhistorie van het gebied verweven in de inrichting en het beheer van haar bestaande en nieuw te verwerven natuurterreinen. Om dat te bereiken heeft het Zuid-Hollands Landschap een visie ontwikkeld, waarin een verband wordt gelegd tussen de cultuurhistorische waarden van het gebied enerzijds en de ruimtelijke opgaven anderzijds, zoals waterberging, natuurontwikkeling, recreatie en landbouw.

Werkwijze
Het project is in opdracht van het Zuid-Hollands Landschap uitgevoerd door adviesbureau DHV, in nauw overleg met de provincie Zuid-Holland en Landschapsbeheer Zuid-Holland. Het bestond uit de volgende stappen:
1) In beeld brengen van cultuurhistorische waarden en samenhang in het gebied (in samenwerking met het Erfgoedhuis Zuid-Holland);
2) In beeld brengen van de ruimtelijke opgaven in het gebied (met name via interviews met betrokken partijen, zoals DLG, waterschap, gemeenten, provincie, etc.);
3) Idee- en conceptvorming: zoeken naar mogelijkheden om cultuurhistorische waarden te benutten voor ruimtelijke opgaven. Dit is gebeurd in twee zogenaamde inspiratie-ateliers, waaraan deskundigen, partnerorganisaties, overheden, vrijdenkers en gebiedskenners deelnamen.
4) Integrale afweging. Vertalen van de waarden, opgaven, ideeën en concepten in concrete (deelgebieds)visies en voorbeelduitwerkingen voor inrichtingsopgaven.
De resultaten zijn besproken met de streek en aangeboden aan de landinrichtingscommissie.

Resultaat
Het project heeft geresulteerd in een visie voor de ontwikkeling van de Krimpenerwaard, met – uiteraard – speciale aandacht voor de (toekomstige) terreinen van het Zuid-Hollands Landschap en de inrichtings- en beheersopgaven waarmee het Landschap te maken krijgt. Het Zuid-Hollands Landschap gebruikt de visie bij de inrichting en het beheer van al haar terreinen in de Krimpenerwaard.
De visie is daarnaast aan andere gebiedspartijen aangeboden, zoals de landinrichtingscommissie, de gemeenten en het waterschap. Deze kunnen de visie als inspiratiebron benutten - wat ook meteen bij lopende inrichtingsprojecten is gebeurd. Ook landbouwers en andere (particuliere) partijen kunnen de visie gebruiken bij inrichtingsvraagstukken.
De visie bestaat uit een indeling van het gebied in deelgebieden, ieder met een specifieke ontstaansgeschiedenis en (bijbehorende) cultuurhistorische waarden en landschappelijke karakteristieken. Het centrale idee in de visie is om die (landschappelijke) karakteristieken van de deelgebieden te benutten en te versterken. Om dat te bereiken bevat de visie voor elk deelgebied inrichtings- en beheersmaatregelen voor de meest voorkomende ruimtelijke opgaven en te realiseren natuurdoelen.
In het centrale middengebied van de Krimpenerwaard, dat de meeste cultuurhistorische waarden bevat, vindt geen natuurontwikkeling plaats. In andere delen van de waard wordt bij de inrichting en het beheer van natuurgebieden rekening gehouden met de oorspronkelijke verkaveling en openheid.
Ook worden traditionele elementen zoals pest- en geriefbosjes op een landschappelijk verantwoorde manier ingezet om natuurdoelen te realiseren.
De visie bevat heldere en inspirerende schetsen voor concrete ruimtelijke opgaven, die zo toegepast kunnen worden.

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
Zuid-Hollands Landschap

Uitvoerders
DHV Advies- en ingenieursbureau
Zuid-Hollands Landschap

Betrokken partijen
Agrarische ondernemers
cultuurhistorici
Dienst Landelijk gebied
Erfgoedhuis Zuid-Holland
gemeente(n)
Landschapsbeheer Zuid-Holland
Provincie Zuid-Holland
Staatsbosbeheer
Vereniging Natuurmonumenten
Waterschappen

terug naar bovenLeermomenten / succesfactoren
Albert Aartsen van het Zuid-Hollands Landschap vindt dat de visie een goed overall-beeld geeft van hoe het Zuid-Hollands Landschap al langer - vaak op ad-hocbasis - werkte aan de cultuurhistorische inrichting en beheer van haar terreinen in de Krimpenerwaard, en ook in andere veenweidegebieden.
Cultuurhistorie is volgens Aartsen vaak goed te combineren met natuurbeheer en -ontwikkeling, bijvoorbeeld door voort te bouwen op het bestaande kavelpatroon. "Maar als je de natuur in het veenweidegebied zijn gang laat gaan, gaat dat patroon op den duur wel verloren, en wordt ook de openheid van het gebied aangetast," volgens Aartsen. "Dat betekent dat je extra beheersmaatregelen nodig hebt, en dat kost geld. De goedkoopste vorm van natuurontwikkeling in het veenweidegebied is toch moerasontwikkeling en dat staat, als je het grootschalig doet, op gespannen voet met het behoud van cultuurhistorische waarden."
De gezamenlijke natuur- en milieuorganisaties in Zuid-Holland werken aan een groot project over de toekomst van natuur, landschap en landbouw in het veenweidegebied. De organisaties onderscheiden daarbij drie ontwikkelingsstrategieën: het parklandschap, aan de rand van stedelijke centra, met veel nadruk op recreatie, het moeraslandschap, met nadruk op natuurontwikkeling, en agrarische weidevogelgebieden, met veel nadruk op cultuurhistorie. De Krimpenerwaard is een voorbeelduitwerking voor die laatste strategie.
"Een groot probleem," zegt Aartsen, "is dat de cultuurhistorische strategie het duurste is, en dat de kosten voor inrichting en beheer niet gedekt worden door de subsidies die het rijk daarvoor betaalt."
Voor de Krimpenerwaard kiest het Zuid-Hollands Landschap vooralsnog voor de cultuurhistorische variant. Het is een van de weinige gebieden waar landschap en cultuurhistorie zo goed bewaard zijn gebleven. Aartsen: "Er zijn nog genoeg melkveehouders met wie we samen kunnen werken om de graslanden te beheren, en voor de extra inrichtings- en beheerskosten hebben we tot nog toe altijd aanvullende financiering gevonden. Maar het is natuurlijk wel de vraag of de maatschappij die extra kosten wil blijven betalen."

terug naar bovenAanvullende informatie
Vervolgtraject: 
Ongeveer een half jaar na het gereedkomen van de visie, eind 2005, werd het Veenweidepact getekend. Daarin hebben gemeenten, hoogheemraadschap, landbouw- en natuurorganisaties, de Landinrichtingscommissie en de provincie Zuid-Holland afspraken gemaakt over de herinrichting van het gebied, waarbij waterbeheer een veel belangrijkere plaats inneemt dan tot dan toe. ‘Functie volgt peil’ is nu het leidende motto. Concreet betekent het: niet meer het waterbeheer afstemmen op het grondgebruik, maar juist het grondgebruik afstemmen op het waterpeil. Natte, lage gebieden zijn vooral geschikt voor natuur; hoge, droge gebieden vooral voor landbouw. Zo wordt voorkomen dat het waterbeheer ingewikkeld en duur wordt. De inrichting van het gebied wordt daarmee grootschaliger. In eerste instantie leek het er daarom op dat de ideeën van het Zuid-Hollands Landschap voor cultuurhistorisch natuurbeheer op de tocht kwamen te staan.

Met de ondertekening van het Pact is het lopende landinrichtingstraject overboord gezet en is een nieuw traject ingezet, dat uiteraard zo veel mogelijk voortbouwt op de oude plannen. Er is een Visie op Hoofdlijnen geformuleerd waarin het behoud van de identiteit van de Krimpenerwaard een belangrijk uitgangspunt is. Rijk en provincie hebben extra geld voor inrichting en beheer uitgetrokken – dat deels al voor 2010 uitgegeven moet zijn – en inmiddels worden de planologische procedures voortvarend doorlopen. De Visie op Hoofdlijnen wordt gelijktijdig doorvertaald in het Streekplan, in de provinciale Natuurvisie en het Natuurgebiedsplan voor de Krimpenerwaard, het inrichtingsplan en in de bestemmingsplannen van de vijf gemeenten in het gebied. Verwacht wordt dat de plannen medio 2008 zijn goedgekeurd.
Het Pact heeft grote ruimtelijke gevolgen voor het gebied. Essentie is dat er een driedeling komt. In het noorden van de Krimpenerwaard is de bodemdaling het grootst. Hier moet het waterpeil omhoog om verdere daling te beperken. Dat betekent drassige gronden; hier is de bestemming ’natuur’ de logische keuze. Het zuiden van de Krimpenerwaard ligt hoger en de bodem daalt er minder snel. Hier kan het waterpeil goed worden afgestemd op de landbouw. Het middengebied van de Krimpenerwaard zit tussen deze twee uitersten in. Het waterpeil wordt hier niet verder omlaag gebracht ten opzichte van het land. Omdat de landbouwfunctie gehandhaafd blijft, al dan niet in combinatie met natuurbeheer, is het noodzakelijk dat het waterpeil de maaivelddaling volgt.
Deze indeling heeft gevolgen voor de ligging van de nieuwe natuurgebieden. Concreet is 500 hectare te ontwikkelen natuur vanuit het zuidelijke gebied naar het noorden verplaatst. Ook komt er een mozaïekachtige natte verbinding tussen het zuiden en het noorden.

Toch vallen de gevolgen voor het type te ontwikkelen natuur in de praktijk mee. Alle partijen hebben het behoud van de identiteit van de Krimpenerwaard als belangrijk uitgangspunt onderschreven, en er is extra geld voor inrichting en beheer uitgetrokken. In het nieuwe inrichtingsplan zijn de inrichtingsmaatregelen verder uitgewerkt. In de voorkeursvariant – Grutto en Otter genaamd – komt het gedachtengoed van de oorspronkelijke visie van het Zuid-Hollands Landschap goed terug: natuurontwikkeling gaat hand in hand met de versterking van het landschap. De ontwerpbouwstenen kunnen in de nieuwe situatie eigenlijk gewoon over worden genomen.

Publicaties eindproduct

Zie bibliotheek. Het rapport is op te vragen via het Zuid-Hollands Landschap.

Contactpersonen
Zuid-Hollands Landschap, dhr. Albert Aartsen, tel. 010-2722243, e-mail a.aartsen@zhl.nl.

Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Krimpenerwaard: Ontwikkel het geheel

Home . Voorbeeldprojecten . Overzicht projecten

Project Krimpenerwaard: cultuurhistorie als inspiratiebron voor natuurbeheer
bijgewerkt op 19 december 2007
Planning:van 20 december 2003 t/m 24 maart 2005
Projectfase:afgerond
Thema:Landelijk gebied
Cultuur-historisch
fenomeen:
Archeologisch
Historisch geografisch
Geografische
ligging:
Krimpenerwaard (Belvederegebied)
Provincie:Zuid-Holland
Belvedere ID:B03/033

Gerelateerde RO-dossiers:
Natuurontwikkeling
Waterberging en beheer

terug naar bovenHet project
Samenvatting
De Krimpenerwaard vormt samen met de Lopikerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. Tussen bedijkte rivieren ligt een gaaf patroon van middeleeuwse ontginningen. Bijna een kwart van de waard wordt ingericht als natuurgebied. Het Zuid-Hollands Landschap wil bij de inrichting en het beheer van de natuurgebieden in de Krimpenerwaard voortbouwen op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Maar gaan natuurontwikkeling en cultuurhistorie wel hand in hand?

Aanleiding
De Krimpenerwaard is een topgebied in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provinice Zuid-Holland. Het is een uitgestrekt, open agrarisch veenweidegebied, met een gaaf patroon van middeleeuwse ontginningen, met typische, opstrekkende percelen en sloten, dijkdorpen en bebouwingslinten. De Krimpenerwaard – een waard is een stuk land dat door rivieren wordt omgeven – ligt ingeklemd tussen de Hollandse IJssel, de Lek en de Vlist, een kleinere veenstroom. Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. Aan de rand van de Krimpenerwaard bevinden zich de beschermde dorpsgezichten van Vlist en Schoonhoven.
Behalve de verstedelijking rond Krimpen aan den IJssel (in het uiterste westen van de Waard) en de aanleg van het Loetbos, zijn er sinds 1600 nauwelijks grootschalige ruimtelijke ingrepen geweest. Wel hebben zich met name de afgelopen 50 jaar allerlei geleidelijke veranderingen voorgedaan, zoals schaalvergroting in de landbouw en de uitbreiding van dorpen, infrastructuur en bedrijventerreinen. Bij elkaar opgeteld zijn deze relatief kleine veranderingen van grote invloed geweest op het karakter van het gebied.

Problematiek / opgave
Het Zuid-Hollands Landschap bezit veel terreinen in de Krimpenerwaard. In het kader van de landinrichting wordt het aantal te beheren terreinen fors uitgebreid. Van de 12.000 hectare die de Krimpenerwaard groot is, wordt 10.000 hectare opnieuw ingericht, waarvan in totaal 2.500 hectare bestemd is voor natuurbeheer en -ontwikkeling. Momenteel beheert het Zuid-Hollands Landschap 1.000 hectare natuur in de Krimpenerwaard.
Om het karakter van de Krimpenerwaard te behouden, herstellen en versterken, wil het Zuid-Hollands Landschap de cultuurhistorie van het gebied verweven in de inrichting en het beheer van haar bestaande en nieuw te verwerven natuurterreinen. Om dat te bereiken heeft het Zuid-Hollands Landschap een visie ontwikkeld, waarin een verband wordt gelegd tussen de cultuurhistorische waarden van het gebied enerzijds en de ruimtelijke opgaven anderzijds, zoals waterberging, natuurontwikkeling, recreatie en landbouw.

Werkwijze
Het project is in opdracht van het Zuid-Hollands Landschap uitgevoerd door adviesbureau DHV, in nauw overleg met de provincie Zuid-Holland en Landschapsbeheer Zuid-Holland. Het bestond uit de volgende stappen:
1) In beeld brengen van cultuurhistorische waarden en samenhang in het gebied (in samenwerking met het Erfgoedhuis Zuid-Holland);
2) In beeld brengen van de ruimtelijke opgaven in het gebied (met name via interviews met betrokken partijen, zoals DLG, waterschap, gemeenten, provincie, etc.);
3) Idee- en conceptvorming: zoeken naar mogelijkheden om cultuurhistorische waarden te benutten voor ruimtelijke opgaven. Dit is gebeurd in twee zogenaamde inspiratie-ateliers, waaraan deskundigen, partnerorganisaties, overheden, vrijdenkers en gebiedskenners deelnamen.
4) Integrale afweging. Vertalen van de waarden, opgaven, ideeën en concepten in concrete (deelgebieds)visies en voorbeelduitwerkingen voor inrichtingsopgaven.
De resultaten zijn besproken met de streek en aangeboden aan de landinrichtingscommissie.

Resultaat
Het project heeft geresulteerd in een visie voor de ontwikkeling van de Krimpenerwaard, met – uiteraard – speciale aandacht voor de (toekomstige) terreinen van het Zuid-Hollands Landschap en de inrichtings- en beheersopgaven waarmee het Landschap te maken krijgt. Het Zuid-Hollands Landschap gebruikt de visie bij de inrichting en het beheer van al haar terreinen in de Krimpenerwaard.
De visie is daarnaast aan andere gebiedspartijen aangeboden, zoals de landinrichtingscommissie, de gemeenten en het waterschap. Deze kunnen de visie als inspiratiebron benutten - wat ook meteen bij lopende inrichtingsprojecten is gebeurd. Ook landbouwers en andere (particuliere) partijen kunnen de visie gebruiken bij inrichtingsvraagstukken.
De visie bestaat uit een indeling van het gebied in deelgebieden, ieder met een specifieke ontstaansgeschiedenis en (bijbehorende) cultuurhistorische waarden en landschappelijke karakteristieken. Het centrale idee in de visie is om die (landschappelijke) karakteristieken van de deelgebieden te benutten en te versterken. Om dat te bereiken bevat de visie voor elk deelgebied inrichtings- en beheersmaatregelen voor de meest voorkomende ruimtelijke opgaven en te realiseren natuurdoelen.
In het centrale middengebied van de Krimpenerwaard, dat de meeste cultuurhistorische waarden bevat, vindt geen natuurontwikkeling plaats. In andere delen van de waard wordt bij de inrichting en het beheer van natuurgebieden rekening gehouden met de oorspronkelijke verkaveling en openheid.
Ook worden traditionele elementen zoals pest- en geriefbosjes op een landschappelijk verantwoorde manier ingezet om natuurdoelen te realiseren.
De visie bevat heldere en inspirerende schetsen voor concrete ruimtelijke opgaven, die zo toegepast kunnen worden.

terug naar bovenBetrokken partijen
Initiatiefnemers / opdrachtgevers
Zuid-Hollands Landschap

Uitvoerders
DHV Advies- en ingenieursbureau
Zuid-Hollands Landschap

Betrokken partijen
Agrarische ondernemers
cultuurhistorici
Dienst Landelijk gebied
Erfgoedhuis Zuid-Holland
gemeente(n)
Landschapsbeheer Zuid-Holland
Provincie Zuid-Holland
Staatsbosbeheer
Vereniging Natuurmonumenten
Waterschappen

terug naar bovenLeermomenten / succesfactoren
Albert Aartsen van het Zuid-Hollands Landschap vindt dat de visie een goed overall-beeld geeft van hoe het Zuid-Hollands Landschap al langer - vaak op ad-hocbasis - werkte aan de cultuurhistorische inrichting en beheer van haar terreinen in de Krimpenerwaard, en ook in andere veenweidegebieden.
Cultuurhistorie is volgens Aartsen vaak goed te combineren met natuurbeheer en -ontwikkeling, bijvoorbeeld door voort te bouwen op het bestaande kavelpatroon. "Maar als je de natuur in het veenweidegebied zijn gang laat gaan, gaat dat patroon op den duur wel verloren, en wordt ook de openheid van het gebied aangetast," volgens Aartsen. "Dat betekent dat je extra beheersmaatregelen nodig hebt, en dat kost geld. De goedkoopste vorm van natuurontwikkeling in het veenweidegebied is toch moerasontwikkeling en dat staat, als je het grootschalig doet, op gespannen voet met het behoud van cultuurhistorische waarden."
De gezamenlijke natuur- en milieuorganisaties in Zuid-Holland werken aan een groot project over de toekomst van natuur, landschap en landbouw in het veenweidegebied. De organisaties onderscheiden daarbij drie ontwikkelingsstrategieën: het parklandschap, aan de rand van stedelijke centra, met veel nadruk op recreatie, het moeraslandschap, met nadruk op natuurontwikkeling, en agrarische weidevogelgebieden, met veel nadruk op cultuurhistorie. De Krimpenerwaard is een voorbeelduitwerking voor die laatste strategie.
"Een groot probleem," zegt Aartsen, "is dat de cultuurhistorische strategie het duurste is, en dat de kosten voor inrichting en beheer niet gedekt worden door de subsidies die het rijk daarvoor betaalt."
Voor de Krimpenerwaard kiest het Zuid-Hollands Landschap vooralsnog voor de cultuurhistorische variant. Het is een van de weinige gebieden waar landschap en cultuurhistorie zo goed bewaard zijn gebleven. Aartsen: "Er zijn nog genoeg melkveehouders met wie we samen kunnen werken om de graslanden te beheren, en voor de extra inrichtings- en beheerskosten hebben we tot nog toe altijd aanvullende financiering gevonden. Maar het is natuurlijk wel de vraag of de maatschappij die extra kosten wil blijven betalen."

terug naar bovenAanvullende informatie
Vervolgtraject: 
Ongeveer een half jaar na het gereedkomen van de visie, eind 2005, werd het Veenweidepact getekend. Daarin hebben gemeenten, hoogheemraadschap, landbouw- en natuurorganisaties, de Landinrichtingscommissie en de provincie Zuid-Holland afspraken gemaakt over de herinrichting van het gebied, waarbij waterbeheer een veel belangrijkere plaats inneemt dan tot dan toe. ‘Functie volgt peil’ is nu het leidende motto. Concreet betekent het: niet meer het waterbeheer afstemmen op het grondgebruik, maar juist het grondgebruik afstemmen op het waterpeil. Natte, lage gebieden zijn vooral geschikt voor natuur; hoge, droge gebieden vooral voor landbouw. Zo wordt voorkomen dat het waterbeheer ingewikkeld en duur wordt. De inrichting van het gebied wordt daarmee grootschaliger. In eerste instantie leek het er daarom op dat de ideeën van het Zuid-Hollands Landschap voor cultuurhistorisch natuurbeheer op de tocht kwamen te staan.

Met de ondertekening van het Pact is het lopende landinrichtingstraject overboord gezet en is een nieuw traject ingezet, dat uiteraard zo veel mogelijk voortbouwt op de oude plannen. Er is een Visie op Hoofdlijnen geformuleerd waarin het behoud van de identiteit van de Krimpenerwaard een belangrijk uitgangspunt is. Rijk en provincie hebben extra geld voor inrichting en beheer uitgetrokken – dat deels al voor 2010 uitgegeven moet zijn – en inmiddels worden de planologische procedures voortvarend doorlopen. De Visie op Hoofdlijnen wordt gelijktijdig doorvertaald in het Streekplan, in de provinciale Natuurvisie en het Natuurgebiedsplan voor de Krimpenerwaard, het inrichtingsplan en in de bestemmingsplannen van de vijf gemeenten in het gebied. Verwacht wordt dat de plannen medio 2008 zijn goedgekeurd.
Het Pact heeft grote ruimtelijke gevolgen voor het gebied. Essentie is dat er een driedeling komt. In het noorden van de Krimpenerwaard is de bodemdaling het grootst. Hier moet het waterpeil omhoog om verdere daling te beperken. Dat betekent drassige gronden; hier is de bestemming ’natuur’ de logische keuze. Het zuiden van de Krimpenerwaard ligt hoger en de bodem daalt er minder snel. Hier kan het waterpeil goed worden afgestemd op de landbouw. Het middengebied van de Krimpenerwaard zit tussen deze twee uitersten in. Het waterpeil wordt hier niet verder omlaag gebracht ten opzichte van het land. Omdat de landbouwfunctie gehandhaafd blijft, al dan niet in combinatie met natuurbeheer, is het noodzakelijk dat het waterpeil de maaivelddaling volgt.
Deze indeling heeft gevolgen voor de ligging van de nieuwe natuurgebieden. Concreet is 500 hectare te ontwikkelen natuur vanuit het zuidelijke gebied naar het noorden verplaatst. Ook komt er een mozaïekachtige natte verbinding tussen het zuiden en het noorden.

Toch vallen de gevolgen voor het type te ontwikkelen natuur in de praktijk mee. Alle partijen hebben het behoud van de identiteit van de Krimpenerwaard als belangrijk uitgangspunt onderschreven, en er is extra geld voor inrichting en beheer uitgetrokken. In het nieuwe inrichtingsplan zijn de inrichtingsmaatregelen verder uitgewerkt. In de voorkeursvariant – Grutto en Otter genaamd – komt het gedachtengoed van de oorspronkelijke visie van het Zuid-Hollands Landschap goed terug: natuurontwikkeling gaat hand in hand met de versterking van het landschap. De ontwerpbouwstenen kunnen in de nieuwe situatie eigenlijk gewoon over worden genomen.

Publicaties eindproduct

Zie bibliotheek. Het rapport is op te vragen via het Zuid-Hollands Landschap.

Contactpersonen
Zuid-Hollands Landschap, dhr. Albert Aartsen, tel. 010-2722243, e-mail a.aartsen@zhl.nl.

Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Krimpenerwaard: Ontwikkel het geheel