Belvedere Logo foto
sitemap  print
RO-dossier Stedelijke uitbreiding
bijgewerkt op 7 juli 2006
Ruimtelijk vraagstuk en Belvedere
Afgelopen decennia zijn Nederlandse steden sterk gegroeid. De wederopbouwwijken van de jaren ’50-’60, de nieuwbouwwijken van de jaren ’70-’80 en de VINEX-wijken van de jaren ’90 en het heden; ondanks het streven naar de ‘compacte stad’ zijn delen van het landelijk gebied in stedelijk gebied veranderd. Hoewel grote geplande stadsuitbreidingen tot het verleden lijken te horen, schetst de Nota Ruimte een beeld waarin stedelijke netwerken zich verder ontwikkelen en overgangszones tussen stad en land de stedelijke ruimtebehoefte opvangen.

Deze overgangszones zijn echter geen ‘lege’ gebieden. Ze hebben een verleden: landschappen, boerderijen, landgoederen, bodemschatten en andere cultuurhistorische waarden kenmerken de zones. Een strikt beschermende benadering werkt belemmerend voor de stedelijke ontwikkeling. Meer regels, extra kosten (‘verstoorder betaalt’) en vertragingen; die zowel de ruimtelijke ontwikkeling als (het imago van) de cultuurhistorie geen goed doen. Bestaande waarden kunnen echter ook benut worden om kwaliteit en identiteit van stedelijke uitbreidingen te versterken. De vraag naar identiteitvolle woon- en werkmilieus is groot, wat kansen voor een goede inpassing en een structurerende of inspirerende werking van historische elementen in ruimtelijke inrichtingsopgaven vergroot. Kortom: een Belvedere-opgave!

Achtergrondinformatie over het ruimtelijk vraagstuk
‘De VINEX voorbij’. Komende jaren worden de grote nieuwbouwlocaties uit de VINEX afgebouwd, waarna er van rijkswege geen nieuwe massale stadsuitbreidingen meer worden gepland. Dat blijkt uit de Nota Ruimte. Het rijk wijst binnen stedelijke netwerken zogenaamde ‘bundelingsgebieden’ aan, waar ontwikkelingen plaats kunnen vinden. Provincies leggen de grenzen van deze gebieden vast in streekplannen, met een ruimere begrenzing dan de ‘rode contouren’ uit de Vijfde Nota. Hoewel het accent op bebouwing ligt, moet in de bundelingsgebieden ook ruimte beschikbaar zijn voor water, natuur, landschap, recreatie, sport en landbouw én moet er rekening worden gehouden met cultuur en cultuurhistorie.

Deze werkwijze, waarin de ‘samenhang tussen stad en land’ gebiedsgericht wordt benaderd, leidt naar verwachting tot meer, maar kleinschaliger stadsuitbreidingen. Dit betekent dat in potentie meer ruimtelijke ontwikkelingen raken aan cultuurhistorische waarden en daarmee aanleiding geven tot toepassing van de Belvedere-benadering. Inmiddels is, mede onder invloed van Belvedere, op diverse stedelijke uitleglocaties geëxperimenteerd met het benutten van cultureel erfgoed in de nieuwe woon- en werkbestemmingen. Voorbeeld is de VINEX-wijk Leidsche Rijn bij Utrecht, waar op grote schaal vondsten uit de Romeinse tijd en elementen van het oude landschap worden geïntegreerd in de ontwikkeling van het nieuwe stadsdeel. Deze en andere projecten bieden leerervaringen aan gemeenten die voor uitbreiding van hun stedelijk gebied staan.

terug naar bovenBeleid & regels
De Nota Ruimte is, wat betreft de uitbreiding van stedelijk gebied, minder stringent dan zijn voorgangers. De ‘bundelingsgebieden’ waar stedelijke ontwikkelingen plaats moeten vinden zijn nog niet begrensd door provincies, die in hun streekplannen nog werken met (oude) contouren en woningcontingenten. Ook is het gros van de gemeentelijke bestemmingsplannen nog niet geactualiseerd volgens de nieuwe ruimtelijke beleidskaders. De komende jaren wordt deze actualiseringslag op regionaal en lokaal niveau gemaakt. Een aantal beleidsontwikkelingen, op zowel ruimtelijk als cultuurhistorisch gebied, zal uiteindelijk van invloed zijn op de kwaliteit van de nieuwe stedelijke uitbreidingen (zie onderstaande koppelingen).

terug naar bovenFinancieringen
Voor uitbreiding van stedelijk gebied zijn geen specifieke financieringsregelingen voorhanden. Meestal is dit ook niet nodig omdat uitbreidingen een sluitende exploitatie kennen, waaraan marktpartijen en gemeentelijk grondbedrijven (al dan niet in PPS) een bijdrage leveren. Wel zijn er enkele financieringsregelingen met een bredere doelstelling bruikbaar voor het realiseren van kwaliteit van stedelijke uitbreidingen: 

  • Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit - met BIRK draagt het ministerie van VROM financieel bij aan ruimtelijke investeringsprojecten die passen in het nationaal ruimtelijk beleid (o.a. stedelijke netwerken, nationale landschappen). Projecten die anders niet van de grond komen of niet met de gewenste kwaliteit worden gerealiseerd. Met de bijdrage kunnen regionale en lokale overheden het project kwalitatief op een hoger niveau tillen.
  • Het Groen in en om de stad beleid (GIOS) van de ministeries van VROM en LNV is vooral gericht op het realiseren van groengebieden in en aan de rand van steden (al dan niet in samenhang met de ontwikkeling van uitleglocaties).
  • Binnen het Belvederebeleid is de afgelopen jaren gepionierd met de inzet van cultuurhistorische waarden bij de stedelijke uitbreidingen. Enkele projecten uit de Regeling Projectsubsidies Belvedere tonen hoe cultuurhistorie functioneel of als inspiratiebron kan worden ingezet bij stedelijke uitbreidingsopgaven.

terug naar bovenBetrokken partijen
Door de complexe (eigendoms)situaties kennen stedelijke uitbreidingen veel betrokken partijen: 

  • Marktpartijen, zoals projectontwikkelaars en institutionele beleggers, hebben vanwege eigendomsrechten of grondposities grote belangen op potentiële stadsuitleglocaties.
  • Stadsuitbreidingen raken veel gemeentelijke afdelingen, waardoor interne afstemming vereist is. RO-afdelingen maken ruimtelijke plannen en verankeren deze in bestemmingsplannen. Voor ontsluiting en parkeren zijn verkeersafdelingen aanspreekpunt. De stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit worden bewaakt door de Welstandscommissie. Voor economische activiteiten is de afdeling EZ verantwoordelijk, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen en kantorenlocaties.
  • Ontwerpers, zowel stedenbouwkundigen als architecten, drukken een groot stempel op de verschijningsvorm van nieuw aan te leggen locaties. Uitzondering vormen bedrijventerreinen die wel als 'vergeten ontwerpopgave' worden bestempeld.
  • De ‘behoud door ontwikkeling’-benadering bij stedelijke uitbreidingen vraagt om vroegtijdige betrokkenheid van de afdeling cultuurhistorie of monumentenzorg. Het inschakelen van lokale historische of heemkundige verenigingen kan een kwalitatieve meerwaarde opleveren. Hetzelfde geldt voor betrokkenheid van de Rijksdiensten voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, indien rijksmonumenten aanwezig zijn. Ook provinciale afdelingen en steunpunten cultuurhistorie en regionale welstandsorganisaties hebben kennis over (de ontwikkelingsgerichte benadering van) cultuurhistorie.

Betrokken partijen:
cultuurhistorici
gemeente(n)
ontwerpers
projectontwikkelaars
provincie(s)
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

terug naar bovenProjecten

Gerelateerde projecten:
99 + 1 Stadstuinen Almere Hout
Amnesie van een landschap
Boek 'Zee van Land. De droogmakerij als architectonisch experiment'
Bouwen voor waterland 2020
Buiten Wonen
Contourenbeleid voor historische kernen Hulst, Heusden en Thorn
Culturele vrijstaat: planontwikkeling voormalige rioolwaterzuivering
De Hoge Woerd, de Limes in Leidse Rijn
De optimale stad
Delta Landscape
Doe iets aan de dijken!
Doorbouwen aan de sterke stedebouw van Granpré-Molière.
Historische Middenas Willem Arntsz Hoeve
Hoiberg Hooglanderveen
IJsselmonde, eiland van contrasten
Inrichting Park Broekpolder in Kennemerland
Leidsche Rijn bouwt een kathedraal
N-NL
Nieuw Gelders Arcadië
NOP: Nieuwe Ontwikkelingen in Polderdorpen
Oer-IJ op het snijvlak van cultuurhistorisch kennen en handelen
Ontwerpen aan Parkstad Limburg
Ontwikkelingsvisie landgoed Twickel
Park Zestienhoven; nestelen en uitvliegen
Polder Mastenbroek
Publicatie atelier Purmer-Meer
Randstadland
Regionaal Park Twente
Stadsrand in transformatie
Stuit-gebied Zutphen-Warnsveld
Toekomst Amstelland, een nieuwe band tussen stad en land
Van Esdorp naar Esstad
Van Lobith tot aan Zee
VechtVisie
Verdieping van bewerking, verbeelding en doorwerking
Visieontwikkeling Stadsblokken / Meinerswijk
Weespertrekvaart

Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Amstelland, nieuwe band tussen stad en land
Beeldkwaliteitsplan De Bocht van Maarssen
Belvedere Bouwen Vecht en Plassen
Broekpolder. Een archeologisch monument op een VINEX-locatie.
Landelijk Wonen
Leidsche Rijn, Utrecht. De geschiedenis van het landschap bouwt mee aan de toekomst.
Wijkpark Broekpolder op het archeologisch rijksmonument in de Vinex-Broekpolder
Wijkpark op het beschermd archeologisch rijksmonument in de Broekpolder

Home . .

RO-dossier Stedelijke uitbreiding
bijgewerkt op 7 juli 2006
Ruimtelijk vraagstuk en Belvedere
Afgelopen decennia zijn Nederlandse steden sterk gegroeid. De wederopbouwwijken van de jaren ’50-’60, de nieuwbouwwijken van de jaren ’70-’80 en de VINEX-wijken van de jaren ’90 en het heden; ondanks het streven naar de ‘compacte stad’ zijn delen van het landelijk gebied in stedelijk gebied veranderd. Hoewel grote geplande stadsuitbreidingen tot het verleden lijken te horen, schetst de Nota Ruimte een beeld waarin stedelijke netwerken zich verder ontwikkelen en overgangszones tussen stad en land de stedelijke ruimtebehoefte opvangen.

Deze overgangszones zijn echter geen ‘lege’ gebieden. Ze hebben een verleden: landschappen, boerderijen, landgoederen, bodemschatten en andere cultuurhistorische waarden kenmerken de zones. Een strikt beschermende benadering werkt belemmerend voor de stedelijke ontwikkeling. Meer regels, extra kosten (‘verstoorder betaalt’) en vertragingen; die zowel de ruimtelijke ontwikkeling als (het imago van) de cultuurhistorie geen goed doen. Bestaande waarden kunnen echter ook benut worden om kwaliteit en identiteit van stedelijke uitbreidingen te versterken. De vraag naar identiteitvolle woon- en werkmilieus is groot, wat kansen voor een goede inpassing en een structurerende of inspirerende werking van historische elementen in ruimtelijke inrichtingsopgaven vergroot. Kortom: een Belvedere-opgave!

Achtergrondinformatie over het ruimtelijk vraagstuk
‘De VINEX voorbij’. Komende jaren worden de grote nieuwbouwlocaties uit de VINEX afgebouwd, waarna er van rijkswege geen nieuwe massale stadsuitbreidingen meer worden gepland. Dat blijkt uit de Nota Ruimte. Het rijk wijst binnen stedelijke netwerken zogenaamde ‘bundelingsgebieden’ aan, waar ontwikkelingen plaats kunnen vinden. Provincies leggen de grenzen van deze gebieden vast in streekplannen, met een ruimere begrenzing dan de ‘rode contouren’ uit de Vijfde Nota. Hoewel het accent op bebouwing ligt, moet in de bundelingsgebieden ook ruimte beschikbaar zijn voor water, natuur, landschap, recreatie, sport en landbouw én moet er rekening worden gehouden met cultuur en cultuurhistorie.

Deze werkwijze, waarin de ‘samenhang tussen stad en land’ gebiedsgericht wordt benaderd, leidt naar verwachting tot meer, maar kleinschaliger stadsuitbreidingen. Dit betekent dat in potentie meer ruimtelijke ontwikkelingen raken aan cultuurhistorische waarden en daarmee aanleiding geven tot toepassing van de Belvedere-benadering. Inmiddels is, mede onder invloed van Belvedere, op diverse stedelijke uitleglocaties geëxperimenteerd met het benutten van cultureel erfgoed in de nieuwe woon- en werkbestemmingen. Voorbeeld is de VINEX-wijk Leidsche Rijn bij Utrecht, waar op grote schaal vondsten uit de Romeinse tijd en elementen van het oude landschap worden geïntegreerd in de ontwikkeling van het nieuwe stadsdeel. Deze en andere projecten bieden leerervaringen aan gemeenten die voor uitbreiding van hun stedelijk gebied staan.

terug naar bovenBeleid & regels
De Nota Ruimte is, wat betreft de uitbreiding van stedelijk gebied, minder stringent dan zijn voorgangers. De ‘bundelingsgebieden’ waar stedelijke ontwikkelingen plaats moeten vinden zijn nog niet begrensd door provincies, die in hun streekplannen nog werken met (oude) contouren en woningcontingenten. Ook is het gros van de gemeentelijke bestemmingsplannen nog niet geactualiseerd volgens de nieuwe ruimtelijke beleidskaders. De komende jaren wordt deze actualiseringslag op regionaal en lokaal niveau gemaakt. Een aantal beleidsontwikkelingen, op zowel ruimtelijk als cultuurhistorisch gebied, zal uiteindelijk van invloed zijn op de kwaliteit van de nieuwe stedelijke uitbreidingen (zie onderstaande koppelingen).

terug naar bovenFinancieringen
Voor uitbreiding van stedelijk gebied zijn geen specifieke financieringsregelingen voorhanden. Meestal is dit ook niet nodig omdat uitbreidingen een sluitende exploitatie kennen, waaraan marktpartijen en gemeentelijk grondbedrijven (al dan niet in PPS) een bijdrage leveren. Wel zijn er enkele financieringsregelingen met een bredere doelstelling bruikbaar voor het realiseren van kwaliteit van stedelijke uitbreidingen: 

  • Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit - met BIRK draagt het ministerie van VROM financieel bij aan ruimtelijke investeringsprojecten die passen in het nationaal ruimtelijk beleid (o.a. stedelijke netwerken, nationale landschappen). Projecten die anders niet van de grond komen of niet met de gewenste kwaliteit worden gerealiseerd. Met de bijdrage kunnen regionale en lokale overheden het project kwalitatief op een hoger niveau tillen.
  • Het Groen in en om de stad beleid (GIOS) van de ministeries van VROM en LNV is vooral gericht op het realiseren van groengebieden in en aan de rand van steden (al dan niet in samenhang met de ontwikkeling van uitleglocaties).
  • Binnen het Belvederebeleid is de afgelopen jaren gepionierd met de inzet van cultuurhistorische waarden bij de stedelijke uitbreidingen. Enkele projecten uit de Regeling Projectsubsidies Belvedere tonen hoe cultuurhistorie functioneel of als inspiratiebron kan worden ingezet bij stedelijke uitbreidingsopgaven.

terug naar bovenBetrokken partijen
Door de complexe (eigendoms)situaties kennen stedelijke uitbreidingen veel betrokken partijen: 

  • Marktpartijen, zoals projectontwikkelaars en institutionele beleggers, hebben vanwege eigendomsrechten of grondposities grote belangen op potentiële stadsuitleglocaties.
  • Stadsuitbreidingen raken veel gemeentelijke afdelingen, waardoor interne afstemming vereist is. RO-afdelingen maken ruimtelijke plannen en verankeren deze in bestemmingsplannen. Voor ontsluiting en parkeren zijn verkeersafdelingen aanspreekpunt. De stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit worden bewaakt door de Welstandscommissie. Voor economische activiteiten is de afdeling EZ verantwoordelijk, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen en kantorenlocaties.
  • Ontwerpers, zowel stedenbouwkundigen als architecten, drukken een groot stempel op de verschijningsvorm van nieuw aan te leggen locaties. Uitzondering vormen bedrijventerreinen die wel als 'vergeten ontwerpopgave' worden bestempeld.
  • De ‘behoud door ontwikkeling’-benadering bij stedelijke uitbreidingen vraagt om vroegtijdige betrokkenheid van de afdeling cultuurhistorie of monumentenzorg. Het inschakelen van lokale historische of heemkundige verenigingen kan een kwalitatieve meerwaarde opleveren. Hetzelfde geldt voor betrokkenheid van de Rijksdiensten voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, indien rijksmonumenten aanwezig zijn. Ook provinciale afdelingen en steunpunten cultuurhistorie en regionale welstandsorganisaties hebben kennis over (de ontwikkelingsgerichte benadering van) cultuurhistorie.

Betrokken partijen:
cultuurhistorici
gemeente(n)
ontwerpers
projectontwikkelaars
provincie(s)
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

terug naar bovenProjecten

Gerelateerde projecten:
99 + 1 Stadstuinen Almere Hout
Amnesie van een landschap
Boek 'Zee van Land. De droogmakerij als architectonisch experiment'
Bouwen voor waterland 2020
Buiten Wonen
Contourenbeleid voor historische kernen Hulst, Heusden en Thorn
Culturele vrijstaat: planontwikkeling voormalige rioolwaterzuivering
De Hoge Woerd, de Limes in Leidse Rijn
De optimale stad
Delta Landscape
Doe iets aan de dijken!
Doorbouwen aan de sterke stedebouw van Granpré-Molière.
Historische Middenas Willem Arntsz Hoeve
Hoiberg Hooglanderveen
IJsselmonde, eiland van contrasten
Inrichting Park Broekpolder in Kennemerland
Leidsche Rijn bouwt een kathedraal
N-NL
Nieuw Gelders Arcadië
NOP: Nieuwe Ontwikkelingen in Polderdorpen
Oer-IJ op het snijvlak van cultuurhistorisch kennen en handelen
Ontwerpen aan Parkstad Limburg
Ontwikkelingsvisie landgoed Twickel
Park Zestienhoven; nestelen en uitvliegen
Polder Mastenbroek
Publicatie atelier Purmer-Meer
Randstadland
Regionaal Park Twente
Stadsrand in transformatie
Stuit-gebied Zutphen-Warnsveld
Toekomst Amstelland, een nieuwe band tussen stad en land
Van Esdorp naar Esstad
Van Lobith tot aan Zee
VechtVisie
Verdieping van bewerking, verbeelding en doorwerking
Visieontwikkeling Stadsblokken / Meinerswijk
Weespertrekvaart

Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Amstelland, nieuwe band tussen stad en land
Beeldkwaliteitsplan De Bocht van Maarssen
Belvedere Bouwen Vecht en Plassen
Broekpolder. Een archeologisch monument op een VINEX-locatie.
Landelijk Wonen
Leidsche Rijn, Utrecht. De geschiedenis van het landschap bouwt mee aan de toekomst.
Wijkpark Broekpolder op het archeologisch rijksmonument in de Vinex-Broekpolder
Wijkpark op het beschermd archeologisch rijksmonument in de Broekpolder