Belvedere Logo foto
sitemap  print
RO-dossier Bouwen in het buitengebied
bijgewerkt op 11 mei 2005

Bouwen in het Buitengebied en Belvedere
In de Nota Ruimte geeft het kabinet provincies en gemeenten meer ruimte om te bepalen waar en hoe ze in het landelijk gebied willen bouwen. Ook binnen de Nationale Landschappen - gebieden met (inter)nationaal belangrijke natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden - is ruimtelijke ontwikkeling mogelijk, schrijft het kabinet. Uitgangspunt daarbij is behoud door ontwikkeling: bouwen mag, mits de kernkwaliteiten worden behouden of versterkt. Belvedere bij uitstek, dus.
Dat klinkt veelbelovend, maar de praktijk is weerbarstig. Hoe kunnen dorpen zo groeien en hoe kan er zo gebouwd worden dat de identiteit en kwaliteit van het landelijk gebied werkelijk worden versterkt? En hoe kan de overheid daarin sturen - en welke overheid dan?
In dit dossier vindt u voorbeelden van landschappelijk bouwen in het buitengebied, of - anders gezegd - van (voort)bouwen op cultuurhistorie en landschappelijke identiteit. Het zijn bewijzen dat bouwen in het buitengebied kan, mits het zorgvuldig gebeurt.

Achtergrond
In de Nota Ruimte schrijft het kabinet dat het economisch draagvlak en de vitaliteit van de landelijke gebieden onder druk staan. Om daarin verlichting te brengen wil het kabinet de mogelijkheden voor hergebruik en nieuwbouw in het buitengebied verruimen. Dit dossier gaat alleen in op nieuwbouw in het buitengebied; zie voor hergebruik het dossier herbestemming agrarische gebouwen

In de Nota Ruimte schrijft het kabinet dat woningbouw in het landelijk gebied, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe landgoederen, geld kan opbrengen voor de aanleg van recreatie- of natuurgebieden of voor het scheppen van waterbergingsruimte. Ook kan het bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid en aan economische groei. Elke drie nieuwe woningen levert bijvoorbeeld één nieuwe arbeidsplaats op.

Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat er een toenemende vraag is naar ruim, groen en landelijk wonen. Ook vanuit dat oogpunt liggen er dus kansen voor kwalitatief hoogwaardig bouwen in het buitengebied. Maar tegelijkertijd stellen bewoners, recreanten en beleidsmakers steeds hogere eisen aan de kwaliteit van het landelijk gebied: het platteland mag niet dichtslibben, moet aantrekkelijk blijven en de dorpen moeten hun karakteristieke uitstraling behouden.

Om dat dilemma op te lossen heeft het kabinet gekozen voor een nieuwe benadering, waarin bouwen in het landelijk gebied niet meer als taboe en bedreiging wordt gezien, maar als kans om de identiteit van het landelijk gebied te versterken.
Er is daarbij ruimte voor ten hoogste de natuurlijke bevolkingsgroei en voor regionale en lokale bedrijvigheid, schrijft het kabinet.

Er zijn inmiddels diverse voorbeelden van ’landschappelijk bouwen’. Veel partijen - zoals de VROM-Raad en het Ruimtelijk Planbureau - hebben zich dan ook achter de nieuwe lijn van het kabinet geschaard. 
‘De discussie moet niet gaan over het wel of niet toestaan van landelijk wonen,’ schrijft het Ruimtelijk Planbureau in haar advies Landelijk Wonen, ‘maar over de criteria die aan het eindresultaat voor bouwen in het landelijk gebied moeten worden gesteld. Door op regionaal niveau heldere ruimtelijke randvoorwaarden te stellen aan de groei van landelijke woonmilieus, en een geleidelijke, organische groei van de woningvoorraad te bewerkstelligen, kan het proces van de sluipende verstening van het platteland een positieve betekenis krijgen.’
Belangrijk vraagstuk is hoe overheden woningbouw zo kunnen sturen, dat de kwaliteit van het landelijk gebied inderdaad wordt versterkt, en niet wordt aangetast.

terug naar bovenBeleid & regels
De hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid zijn vastgelegd in de Nota Ruimte. In die nota geeft het Rijk provincies en gemeenten meer vrijheden en mogelijkheden dan voorheen, ondermeer om te bouwen in het landelijk gebied.
De provincies moeten een planologisch kader ontwikkelen voor de verdere invulling en uitvoering van het woningbouwbeleid. Het gaat dan ondermeer om het toekennen van woningbouwcontingenten aan gemeenten en om de vraag waar en onder welke voorwaarden gemeenten mogen bouwen. Het rijk toetst het provinciale woningbouwbeleid aan de Nota Ruimte.
Gemeenten verwerken het provinciale beleid in hun bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is het ruimtelijk plan waaraan burgers direct gebonden zijn.

De gemeente kan in de onderhandeling met ontwikkelaars én via haar (ruimtelijk) instrumentarium kwalitatieve voorwaarden stellen aan hoe en waar gebouwd wordt. Het gaat daarbij om het bestemmingsplan, de welstandsnota, een beeldkwaliteitsplan of een landschapsontwikkelingsplan. Cultuurhistorie en landschappelijke identiteit kunnen een belangrijke rol spelen bij de invulling van de kwalitatieve (bouw)eisen.
Ook sommige provincies stellen kaders aan nieuwbouw en uitbreiding van bedrijven in het buitengebied. De provincie Limburg heeft bijvoorbeeld het BOM+-instrument ontwikkeld (Bouwkavel Op Maat). Principe is dat uitbreiding vaak mag, mits de eigenaar een tegenprestatie levert op het gebied van landschap, natuur of milieu, zoals de aanleg van een houtwal.
Voor nevenfuncties op agrarische bedrijven (zoals een minicamping of een kinderdagverblijf) heeft de provincie Zeeland een vergelijkbare regeling opgesteld, de zogenaamde 'Positieve Lijst' (zie bibliotheek en het dossier herbestemming agrarische gebouwen).

Door deze getrapte beleidsvorming kan het beleid per gemeente of provincie sterk verschillen. Dat doet recht aan de regionale verschillen in culturele en landschappelijke identiteit.

Meer informatie over het provinciale en gemeentelijke beleid rond bouwen in het buitengebied kunt u verkrijgen via de RO-afdelingen van uw provincie of gemeente.

terug naar bovenFinancieringen
Voor bouwen in het buitengebied is geen specifieke financiering nodig - sterker nog: het levert (met name gemeenten en ontwikkelaars) geld op.
In de Nota Ruimte wordt dan ook gesteld dat een deel van die inkomsten uit bouwen in het buitengebied besteed moet worden aan de aanleg van recreatie- of natuurgebieden of aan het scheppen van waterbergingsruimte - rood voor groen in vakjargon. Ook de financiering van de versterking van het landschap kan daarbij aan de orde zijn.
De bestaande Ruimte voor Ruimte regelingen zijn de rode variant hierop ('rood voor rood'): met de winst uit woningbouw in het landelijk gebied kunnen ontsierende stallen worden gesloopt. 

Naast dit financiële, indirecte spoor kan woningbouw in het landelijk gebied het landschap ook op een directe manier versterken, namelijk door voort te bouwen op de landschappelijke identiteit, en door cultuurhistorie te gebruiken als inspiratiebron of referentie.
Provincies en gemeenten kunnen op verschillende manieren nieuwbouw en uitbreiding in het landelijk gebied kwalitatief sturen (zie onder beleid en regels).

Sommige provincies en gemeenten stimuleren eigenaren met subsidies bij het '(voort)bouwen op landschappelijke identiteit'.
Voor vernieuwende verkenningen en ontwerpen op dit vlak is ook Belvedere-geld beschikbaar.

terug naar bovenBetrokken partijen
Woningbouw en de aanleg van bedrijventerreinen vindt uiteindelijk altijd plaats op lokaal niveau. Traditioneel is dat vooral een spel tussen gemeente, projectontwikkelaars, individuele opdrachtgevers en adviesbureaus, waarbij de provincie toetsend optreedt.
Uit de projectvoorbeelden (zie onder) blijkt dat het zeer vruchtbaar kan zijn om bij de planvorming en -uitwerking ook andere partijen te betrekken, die hun (woon)wensen, belangen en (cultuurhistorische en landschappelijke) gebiedskennis kunnen inbrengen. Denk bijvoorbeeld aan bewoners, landbouworganisaties, terreinbeheerders, (lokale) natuur- en milieuwerkgroepen en (cultuur)historische en/of archeologische verenigingen. De kwaliteit van de plannen neemt daardoor vaak toe, en ook het draagvlak wordt groter.

Betrokken partijen:
Bewoners
cultuurhistorici
De Landschappen
dorpsbelangenvereniging(en)
gemeente(n)
kunstenaars
ontwerpers
projectontwikkelaars

terug naar bovenProjecten

Inmiddels zijn er talloze (Belvedere-)projecten in uitvoering of afgerond die laten zien dat het mogelijk is (voort) te bouwen op identiteit. Daarbij kunnen grofweg twee schaalniveaus onderscheiden worden, namelijk dat van gebouw en erf (architectuur) en dat van landschappelijke en stedebouwkundige structuur (landschapsarchitectuur). In veel projecten worden beide aspecten meegenomen.

Bij streekeigen architectuur en erfbeplanting gaat het erom specifieke, streekeigen kenmerken te benutten voor eigentijdse ontwerpen voor woning- of stallenbouw. Heel vaak wordt immers nog gekozen voor een (goedkoop) standaardontwerp uit een catalogus, dat meer het resultaat is van de mode en tijdgeest dan een product dat in zijn omgeving past. De Nederlandse regio's gaan daardoor steeds meer op elkaar lijken.
Vaak kan met kleine details al veel worden bereikt. Denk aan de aanwezigheid van luiken, het kleurgebruik (van baksteen en houtwerk) of de geveloriëntatie. Ook de erfbeplanting speelt een belangrijke rol. De hortensia's en statige bomen langs de Vecht, de populieren van de Meierij, de meidoornhagen van de Gelderse Vallei of de windsingels rond de statige herenboerderijen in het kale Groninger land  bepalen voor een groot deel het karakter van de streek.

Op landschappelijk niveau gaat het meer om de afwisseling tussen bebouwingstypen, de ritmiek daarin, en de landschappelijke oriëntatie of ruggengraat van de bebouwing. Vaak ontstaat bebouwing immers langs wegen, kanalen of rivieren, op de hogere, drogere plekken in het landschap (zoals de oeverwallen langs rivieren), of op de kruising van wegen en handelsroutes. Bij uitbreiding en nieuwbouw kan die landschappelijke logica worden benut, zodat de oorspronkelijke identiteit van het landschap wordt behouden of zelfs wordt versterkt.

Gerelateerde projecten:
Agrarisch Landschappelijk Bouwen in Noord-Groningen
Archipuncturale 2004
Beemster Lusthof
Beheers- en ontwikkelingsperspectief Langstraat
Biographical approach to landscape
Boek 'Zee van Land. De droogmakerij als architectonisch experiment'
Bouwen voor waterland 2020
Buiten Wonen
Cultuurhistorisch kenniscentrum voor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden
Cultuurhistorische Impuls Duin, Horst en Weide
De maatschappij van weldadigheid, monument in beweging
De Nieuwe Veenkoloniën
De uitvinding van het uiterwaardenmodel; nieuw erfgoed
Doe iets aan de dijken!
DORP
Dorp2000anno, dorpsomgevingsplannen in Drenthe
Expeditie Zandstad: draden spannen tussen geschiedenis en ontwerpen
Gebiedsvisie Leewen - De Weerd
Glastuinbouw in het Friese Terpengebied
Herontwikkeling Steenfabriek tot Cultuurplaetse, Wijk bij Duurstede
Het Hogeland Op Nieuw, agrarische schaalvergroting in Noord-Groningen
Het Zeeuwse boerenerf
Hoiberg Hooglanderveen
IJsselmonde, eiland van contrasten
Integratie cultuurhistorische waarden op boerderijen
Kloosterhoeve
Landgoed Kraaiveld, terug van weggeweest
Landschapsplan Zonnestraal
Masterplan landgoed Geijsteren
N-NL
Nagele NU
Nieuw Gelders Arcadië
Nieuwe kijk op (oude) dorpen
Nieuwe kijk op wegen in het landschap
Omstreden erfgoed – de Atlantikwall van Rijnmond tot IJmond
Ontwikkelingsvisie landgoed Twickel
Op dorpse schaal
Oude en nieuwe dorpen in de 21e eeuw
Polder Mastenbroek
Publicatie atelier Purmer-Meer
Randstadland
Reestdal: visie op bebouwing van grensgebied Overijssel en Drenthe
Somerense pluimveestal maakt plaats voor woningen
Streekeigen bouwen Noordwest-Overijssel en Vechtstreek
Stuit-gebied Zutphen-Warnsveld
Toekomst van het platteland (Plattelanders)
Tuinenrijk Twente, knooperven
Van Esdorp naar Esstad
Van Lobith tot aan Zee
VechtVisie
Veenhuizen – meer dan de som der delen
Verdieping van bewerking, verbeelding en doorwerking
Wonen aan de Winsumer Vecht van Groningen
Zuid-Twente

terug naar bovenInterviews en opinies

"Nieuwbouwwijken," zegt landschapsarchitect Pepijn Godefroy van LA4Sale, "zijn gebaseerd op het idee dat het beter is om een klein stukje van het landschap op te offeren aan nieuwbouw en zo het resterende landschap en het waardevolle dorp te sparen - behoud door opoffering dus - dan om verder te bouwen aan de oorspronkelijke structuur van het dorp. Landschap en bebouwing komen daardoor los van elkaar te staan." Godefroy vindt dat een structurele denkfout. ‘De kleine kernen ontlenen hun identiteit juist aan het landschap en geven het landschap identiteit. De ontwikkeling van kleine kernen is daarom geen stedebouw maar landschapsarchitectuur. Het is niet de vraag of je wel of niet moet bouwen in het landelijk gebied, maar hoe, en waar, en hoe snel.’
LA4Sale ontwikkelde op basis van die ideeën voor de provincie Noord-Holland het Kleine Kernen Kookboek, een uitleg voor hoe je in het landelijk gebied kunt bouwen.
In het kader van het Belvedereproject "Een nieuw hoofdstuk voor cultuurhistorie" heeft de provincie Noord-Holland het rapport "Bouwen voor Waterland 2020" laten opstellen door LA4sale. Het rapport dient als bouwsteen voor het nieuwe streekplan.

‘Het grote probleem van dorps bouwen,’ zegt Hans Elerie, directeur van de BOKD, de belangenvereniging van 140 kleine Drentse dorpen, ‘is niet zozeer de inhoud - wat is kwaliteit? - maar de sturing: hoe zorg je ervoor dat er aandacht is voor kwaliteit?’ De BOKD ontwikkelde een methode om samen met belanghebbenden woningbouwplannen voor kleine dorpen te maken, waarin identiteit, kwaliteit en woonwensen een belangrijke rol spelen - dorps bouwen dus. De methode heeft succesvolle voorbeelden opgeleverd, maar is nog niet in de alledaagse praktijk doorgedrongen. Dat komt, zegt Elerie, doordat gemeenten te autonoom zijn, waardoor lokale politieke belangen en geldelijk gewin de woningbouwagenda bepalen. ‘Daarom,’ zegt Elerie, ‘is er veel meer inhoudelijke sturing nodig vanuit provincie en rijk. Maar wie is er bereid te tornen aan de heiligverklaring van de gemeentelijke autonomie?"

terug naar bovenAanvullende informatie

 

Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Agrarisch Landschappelijk Bouwen
Bouwen voor Waterland 2020
Buiten Bouwen. Advies 040
De Boer op! Landschap in conflict
De eigen kleur van dorpen
Dorp2000anno; De Hunze maakt geschiedenis
Kennisatelier, de atlas
Kleine Kernen Kookboek
Landelijk Wonen
Landschappelijk Bouwen in Drenthe
Landschappelijk bouwen in Eexterzandvoort
Nieuwe Dorpen
Nieuwe stallen in een jong landschap
Ontwerpatelier reconstructie zandgebieden Productenlijst
Organisch Groeien
Smoel! Belvedere en reconstructie
Tijdschrift Landwerk Themanummers Dorps Bouwen
Verslag themadag Dorps Groeien

Home . .

RO-dossier Bouwen in het buitengebied
bijgewerkt op 11 mei 2005

Bouwen in het Buitengebied en Belvedere
In de Nota Ruimte geeft het kabinet provincies en gemeenten meer ruimte om te bepalen waar en hoe ze in het landelijk gebied willen bouwen. Ook binnen de Nationale Landschappen - gebieden met (inter)nationaal belangrijke natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden - is ruimtelijke ontwikkeling mogelijk, schrijft het kabinet. Uitgangspunt daarbij is behoud door ontwikkeling: bouwen mag, mits de kernkwaliteiten worden behouden of versterkt. Belvedere bij uitstek, dus.
Dat klinkt veelbelovend, maar de praktijk is weerbarstig. Hoe kunnen dorpen zo groeien en hoe kan er zo gebouwd worden dat de identiteit en kwaliteit van het landelijk gebied werkelijk worden versterkt? En hoe kan de overheid daarin sturen - en welke overheid dan?
In dit dossier vindt u voorbeelden van landschappelijk bouwen in het buitengebied, of - anders gezegd - van (voort)bouwen op cultuurhistorie en landschappelijke identiteit. Het zijn bewijzen dat bouwen in het buitengebied kan, mits het zorgvuldig gebeurt.

Achtergrond
In de Nota Ruimte schrijft het kabinet dat het economisch draagvlak en de vitaliteit van de landelijke gebieden onder druk staan. Om daarin verlichting te brengen wil het kabinet de mogelijkheden voor hergebruik en nieuwbouw in het buitengebied verruimen. Dit dossier gaat alleen in op nieuwbouw in het buitengebied; zie voor hergebruik het dossier herbestemming agrarische gebouwen

In de Nota Ruimte schrijft het kabinet dat woningbouw in het landelijk gebied, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe landgoederen, geld kan opbrengen voor de aanleg van recreatie- of natuurgebieden of voor het scheppen van waterbergingsruimte. Ook kan het bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid en aan economische groei. Elke drie nieuwe woningen levert bijvoorbeeld één nieuwe arbeidsplaats op.

Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat er een toenemende vraag is naar ruim, groen en landelijk wonen. Ook vanuit dat oogpunt liggen er dus kansen voor kwalitatief hoogwaardig bouwen in het buitengebied. Maar tegelijkertijd stellen bewoners, recreanten en beleidsmakers steeds hogere eisen aan de kwaliteit van het landelijk gebied: het platteland mag niet dichtslibben, moet aantrekkelijk blijven en de dorpen moeten hun karakteristieke uitstraling behouden.

Om dat dilemma op te lossen heeft het kabinet gekozen voor een nieuwe benadering, waarin bouwen in het landelijk gebied niet meer als taboe en bedreiging wordt gezien, maar als kans om de identiteit van het landelijk gebied te versterken.
Er is daarbij ruimte voor ten hoogste de natuurlijke bevolkingsgroei en voor regionale en lokale bedrijvigheid, schrijft het kabinet.

Er zijn inmiddels diverse voorbeelden van ’landschappelijk bouwen’. Veel partijen - zoals de VROM-Raad en het Ruimtelijk Planbureau - hebben zich dan ook achter de nieuwe lijn van het kabinet geschaard. 
‘De discussie moet niet gaan over het wel of niet toestaan van landelijk wonen,’ schrijft het Ruimtelijk Planbureau in haar advies Landelijk Wonen, ‘maar over de criteria die aan het eindresultaat voor bouwen in het landelijk gebied moeten worden gesteld. Door op regionaal niveau heldere ruimtelijke randvoorwaarden te stellen aan de groei van landelijke woonmilieus, en een geleidelijke, organische groei van de woningvoorraad te bewerkstelligen, kan het proces van de sluipende verstening van het platteland een positieve betekenis krijgen.’
Belangrijk vraagstuk is hoe overheden woningbouw zo kunnen sturen, dat de kwaliteit van het landelijk gebied inderdaad wordt versterkt, en niet wordt aangetast.

terug naar bovenBeleid & regels
De hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid zijn vastgelegd in de Nota Ruimte. In die nota geeft het Rijk provincies en gemeenten meer vrijheden en mogelijkheden dan voorheen, ondermeer om te bouwen in het landelijk gebied.
De provincies moeten een planologisch kader ontwikkelen voor de verdere invulling en uitvoering van het woningbouwbeleid. Het gaat dan ondermeer om het toekennen van woningbouwcontingenten aan gemeenten en om de vraag waar en onder welke voorwaarden gemeenten mogen bouwen. Het rijk toetst het provinciale woningbouwbeleid aan de Nota Ruimte.
Gemeenten verwerken het provinciale beleid in hun bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is het ruimtelijk plan waaraan burgers direct gebonden zijn.

De gemeente kan in de onderhandeling met ontwikkelaars én via haar (ruimtelijk) instrumentarium kwalitatieve voorwaarden stellen aan hoe en waar gebouwd wordt. Het gaat daarbij om het bestemmingsplan, de welstandsnota, een beeldkwaliteitsplan of een landschapsontwikkelingsplan. Cultuurhistorie en landschappelijke identiteit kunnen een belangrijke rol spelen bij de invulling van de kwalitatieve (bouw)eisen.
Ook sommige provincies stellen kaders aan nieuwbouw en uitbreiding van bedrijven in het buitengebied. De provincie Limburg heeft bijvoorbeeld het BOM+-instrument ontwikkeld (Bouwkavel Op Maat). Principe is dat uitbreiding vaak mag, mits de eigenaar een tegenprestatie levert op het gebied van landschap, natuur of milieu, zoals de aanleg van een houtwal.
Voor nevenfuncties op agrarische bedrijven (zoals een minicamping of een kinderdagverblijf) heeft de provincie Zeeland een vergelijkbare regeling opgesteld, de zogenaamde 'Positieve Lijst' (zie bibliotheek en het dossier herbestemming agrarische gebouwen).

Door deze getrapte beleidsvorming kan het beleid per gemeente of provincie sterk verschillen. Dat doet recht aan de regionale verschillen in culturele en landschappelijke identiteit.

Meer informatie over het provinciale en gemeentelijke beleid rond bouwen in het buitengebied kunt u verkrijgen via de RO-afdelingen van uw provincie of gemeente.

terug naar bovenFinancieringen
Voor bouwen in het buitengebied is geen specifieke financiering nodig - sterker nog: het levert (met name gemeenten en ontwikkelaars) geld op.
In de Nota Ruimte wordt dan ook gesteld dat een deel van die inkomsten uit bouwen in het buitengebied besteed moet worden aan de aanleg van recreatie- of natuurgebieden of aan het scheppen van waterbergingsruimte - rood voor groen in vakjargon. Ook de financiering van de versterking van het landschap kan daarbij aan de orde zijn.
De bestaande Ruimte voor Ruimte regelingen zijn de rode variant hierop ('rood voor rood'): met de winst uit woningbouw in het landelijk gebied kunnen ontsierende stallen worden gesloopt. 

Naast dit financiële, indirecte spoor kan woningbouw in het landelijk gebied het landschap ook op een directe manier versterken, namelijk door voort te bouwen op de landschappelijke identiteit, en door cultuurhistorie te gebruiken als inspiratiebron of referentie.
Provincies en gemeenten kunnen op verschillende manieren nieuwbouw en uitbreiding in het landelijk gebied kwalitatief sturen (zie onder beleid en regels).

Sommige provincies en gemeenten stimuleren eigenaren met subsidies bij het '(voort)bouwen op landschappelijke identiteit'.
Voor vernieuwende verkenningen en ontwerpen op dit vlak is ook Belvedere-geld beschikbaar.

terug naar bovenBetrokken partijen
Woningbouw en de aanleg van bedrijventerreinen vindt uiteindelijk altijd plaats op lokaal niveau. Traditioneel is dat vooral een spel tussen gemeente, projectontwikkelaars, individuele opdrachtgevers en adviesbureaus, waarbij de provincie toetsend optreedt.
Uit de projectvoorbeelden (zie onder) blijkt dat het zeer vruchtbaar kan zijn om bij de planvorming en -uitwerking ook andere partijen te betrekken, die hun (woon)wensen, belangen en (cultuurhistorische en landschappelijke) gebiedskennis kunnen inbrengen. Denk bijvoorbeeld aan bewoners, landbouworganisaties, terreinbeheerders, (lokale) natuur- en milieuwerkgroepen en (cultuur)historische en/of archeologische verenigingen. De kwaliteit van de plannen neemt daardoor vaak toe, en ook het draagvlak wordt groter.

Betrokken partijen:
Bewoners
cultuurhistorici
De Landschappen
dorpsbelangenvereniging(en)
gemeente(n)
kunstenaars
ontwerpers
projectontwikkelaars

terug naar bovenProjecten

Inmiddels zijn er talloze (Belvedere-)projecten in uitvoering of afgerond die laten zien dat het mogelijk is (voort) te bouwen op identiteit. Daarbij kunnen grofweg twee schaalniveaus onderscheiden worden, namelijk dat van gebouw en erf (architectuur) en dat van landschappelijke en stedebouwkundige structuur (landschapsarchitectuur). In veel projecten worden beide aspecten meegenomen.

Bij streekeigen architectuur en erfbeplanting gaat het erom specifieke, streekeigen kenmerken te benutten voor eigentijdse ontwerpen voor woning- of stallenbouw. Heel vaak wordt immers nog gekozen voor een (goedkoop) standaardontwerp uit een catalogus, dat meer het resultaat is van de mode en tijdgeest dan een product dat in zijn omgeving past. De Nederlandse regio's gaan daardoor steeds meer op elkaar lijken.
Vaak kan met kleine details al veel worden bereikt. Denk aan de aanwezigheid van luiken, het kleurgebruik (van baksteen en houtwerk) of de geveloriëntatie. Ook de erfbeplanting speelt een belangrijke rol. De hortensia's en statige bomen langs de Vecht, de populieren van de Meierij, de meidoornhagen van de Gelderse Vallei of de windsingels rond de statige herenboerderijen in het kale Groninger land  bepalen voor een groot deel het karakter van de streek.

Op landschappelijk niveau gaat het meer om de afwisseling tussen bebouwingstypen, de ritmiek daarin, en de landschappelijke oriëntatie of ruggengraat van de bebouwing. Vaak ontstaat bebouwing immers langs wegen, kanalen of rivieren, op de hogere, drogere plekken in het landschap (zoals de oeverwallen langs rivieren), of op de kruising van wegen en handelsroutes. Bij uitbreiding en nieuwbouw kan die landschappelijke logica worden benut, zodat de oorspronkelijke identiteit van het landschap wordt behouden of zelfs wordt versterkt.

Gerelateerde projecten:
Agrarisch Landschappelijk Bouwen in Noord-Groningen
Archipuncturale 2004
Beemster Lusthof
Beheers- en ontwikkelingsperspectief Langstraat
Biographical approach to landscape
Boek 'Zee van Land. De droogmakerij als architectonisch experiment'
Bouwen voor waterland 2020
Buiten Wonen
Cultuurhistorisch kenniscentrum voor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden
Cultuurhistorische Impuls Duin, Horst en Weide
De maatschappij van weldadigheid, monument in beweging
De Nieuwe Veenkoloniën
De uitvinding van het uiterwaardenmodel; nieuw erfgoed
Doe iets aan de dijken!
DORP
Dorp2000anno, dorpsomgevingsplannen in Drenthe
Expeditie Zandstad: draden spannen tussen geschiedenis en ontwerpen
Gebiedsvisie Leewen - De Weerd
Glastuinbouw in het Friese Terpengebied
Herontwikkeling Steenfabriek tot Cultuurplaetse, Wijk bij Duurstede
Het Hogeland Op Nieuw, agrarische schaalvergroting in Noord-Groningen
Het Zeeuwse boerenerf
Hoiberg Hooglanderveen
IJsselmonde, eiland van contrasten
Integratie cultuurhistorische waarden op boerderijen
Kloosterhoeve
Landgoed Kraaiveld, terug van weggeweest
Landschapsplan Zonnestraal
Masterplan landgoed Geijsteren
N-NL
Nagele NU
Nieuw Gelders Arcadië
Nieuwe kijk op (oude) dorpen
Nieuwe kijk op wegen in het landschap
Omstreden erfgoed – de Atlantikwall van Rijnmond tot IJmond
Ontwikkelingsvisie landgoed Twickel
Op dorpse schaal
Oude en nieuwe dorpen in de 21e eeuw
Polder Mastenbroek
Publicatie atelier Purmer-Meer
Randstadland
Reestdal: visie op bebouwing van grensgebied Overijssel en Drenthe
Somerense pluimveestal maakt plaats voor woningen
Streekeigen bouwen Noordwest-Overijssel en Vechtstreek
Stuit-gebied Zutphen-Warnsveld
Toekomst van het platteland (Plattelanders)
Tuinenrijk Twente, knooperven
Van Esdorp naar Esstad
Van Lobith tot aan Zee
VechtVisie
Veenhuizen – meer dan de som der delen
Verdieping van bewerking, verbeelding en doorwerking
Wonen aan de Winsumer Vecht van Groningen
Zuid-Twente

terug naar bovenInterviews en opinies

"Nieuwbouwwijken," zegt landschapsarchitect Pepijn Godefroy van LA4Sale, "zijn gebaseerd op het idee dat het beter is om een klein stukje van het landschap op te offeren aan nieuwbouw en zo het resterende landschap en het waardevolle dorp te sparen - behoud door opoffering dus - dan om verder te bouwen aan de oorspronkelijke structuur van het dorp. Landschap en bebouwing komen daardoor los van elkaar te staan." Godefroy vindt dat een structurele denkfout. ‘De kleine kernen ontlenen hun identiteit juist aan het landschap en geven het landschap identiteit. De ontwikkeling van kleine kernen is daarom geen stedebouw maar landschapsarchitectuur. Het is niet de vraag of je wel of niet moet bouwen in het landelijk gebied, maar hoe, en waar, en hoe snel.’
LA4Sale ontwikkelde op basis van die ideeën voor de provincie Noord-Holland het Kleine Kernen Kookboek, een uitleg voor hoe je in het landelijk gebied kunt bouwen.
In het kader van het Belvedereproject "Een nieuw hoofdstuk voor cultuurhistorie" heeft de provincie Noord-Holland het rapport "Bouwen voor Waterland 2020" laten opstellen door LA4sale. Het rapport dient als bouwsteen voor het nieuwe streekplan.

‘Het grote probleem van dorps bouwen,’ zegt Hans Elerie, directeur van de BOKD, de belangenvereniging van 140 kleine Drentse dorpen, ‘is niet zozeer de inhoud - wat is kwaliteit? - maar de sturing: hoe zorg je ervoor dat er aandacht is voor kwaliteit?’ De BOKD ontwikkelde een methode om samen met belanghebbenden woningbouwplannen voor kleine dorpen te maken, waarin identiteit, kwaliteit en woonwensen een belangrijke rol spelen - dorps bouwen dus. De methode heeft succesvolle voorbeelden opgeleverd, maar is nog niet in de alledaagse praktijk doorgedrongen. Dat komt, zegt Elerie, doordat gemeenten te autonoom zijn, waardoor lokale politieke belangen en geldelijk gewin de woningbouwagenda bepalen. ‘Daarom,’ zegt Elerie, ‘is er veel meer inhoudelijke sturing nodig vanuit provincie en rijk. Maar wie is er bereid te tornen aan de heiligverklaring van de gemeentelijke autonomie?"

terug naar bovenAanvullende informatie

 

Gerelateerde bibliotheek bestanden:
Agrarisch Landschappelijk Bouwen
Bouwen voor Waterland 2020
Buiten Bouwen. Advies 040
De Boer op! Landschap in conflict
De eigen kleur van dorpen
Dorp2000anno; De Hunze maakt geschiedenis
Kennisatelier, de atlas
Kleine Kernen Kookboek
Landelijk Wonen
Landschappelijk Bouwen in Drenthe
Landschappelijk bouwen in Eexterzandvoort
Nieuwe Dorpen
Nieuwe stallen in een jong landschap
Ontwerpatelier reconstructie zandgebieden Productenlijst
Organisch Groeien
Smoel! Belvedere en reconstructie
Tijdschrift Landwerk Themanummers Dorps Bouwen
Verslag themadag Dorps Groeien