Home . .
RO-dossier Reconstructie intensieve veehouderij
| bijgewerkt op 9 december 2009 | Reconstructie en Belvedere De reconstructie van de zandgebieden is één van de meest ambitieuze projecten voor het landelijk gebied die ooit zijn uitgevoerd, vergelijkbaar met de inpoldering van de Zuiderzee. Met de reconstructie wordt meer dan 1 miljoen hectare, bijna een derde van ons land, in zuid en oost Nederland opnieuw ingericht. De reconstructie biedt belangrijke aanknopingspunten voor een Belvedere-aanpak: het gaat om grootscheepse en ambitieuze ruimtelijke (her)inrichtingsplannen waarbij forse investeringen plaatsvinden - precies de aangrijpingpunten voor ‘behoud door ontwikkeling’.
Basis voor de reconstructie is de Reconstructiewet. Landschap en cultuurhistorie zijn belangrijke aandachtspunten in de Reconstructiewet. De herinrichting van beekdalen, de ontwikkeling van clusters van intensieve veebedrijven, woningbouw, natuurontwikkeling en de verbetering van de verkaveling voor de melkveehouderij zijn stuk voor stuk majeure reconstructieopgaven, waarvoor cultuurhistorie het fundament en de inspiratiebron kan zijn. De Rijksuitgangspuntennota (RUN) bij de Reconstructiewet stelt ondermeer dat cultuurhistorie en identiteit richtinggevend moeten zijn voor het reconstructieplan.
In de derde Architectuurnota (Ontwerpen aan Nederland) is de reconstructie aangewezen als één van de tien Grote Projecten. De projecten zijn uitgekozen als voorbeeld voor toekomstige ruimtelijke ontwerpopgaven in Nederland. Daarbij gaat het onder andere om een duurzame omgang met cultuurhistorische waarden en landschap. Duidelijke aanknopingspunten dus voor een Belvedere-aanpak.
Achtergrond In de zandgebieden van Zuid en Oost Nederland - de zogenaamde concentratiegebieden - zijn zo veel intensieve veebedrijven dat er problemen ontstaan. Intensieve veehouderij, wonen, werken, recreatie en natuur zitten elkaar vaak in de weg. Landbouw en toerisme kunnen zich onvoldoende ontwikkelen en tegelijkertijd staat de kwaliteit van natuur, landschap en water onder druk. Bovendien zijn er regelmatig grote veterinaire problemen, zoals de varkenspest, de MKZ en recentelijk de vogelpest.
In elk van de twaalf reconstructiegebieden heeft een breed samengestelde reconstructiecommissie het reconstructieplan opgesteld, met daarin de hoofdlijnen voor de uitvoering. De plannen zijn vervolgens door Gedeputeerde Staten (van de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord Brabant en Limburg) vastgesteld, waarna het rijk de plannen toetst en goedkeurt (begin 2005).
De uitvoering van de reconstructie duurt 12 jaar, van 2004 tot eind 2015. Iedere vier jaar wordt daarvoor een uitvoeringsprogramma opgesteld, met concrete tussendoelen, projecten en budgetten. In 2004 is gestart met het urgentieprogramma 2004-2007.
Beleid & regels Doel van de Reconstructiewet is de ‘gestapelde’ problematiek in de concentratiegebieden van Limburg, Brabant, Gelderland, Utrecht en Overijssel op een samenhangende manier aan te pakken. Het gaat daarbij om:
1. De versterking van de sociaal-economische vitaliteit van het landelijk gebied;
2. De verbetering van de omgevingskwaliteit (natuur, landschap, cultuurhistorie, water, ammoniak, stank);
3. De vermindering van de veterinaire kwetsbaarheid.
Gebiedsgerichte en integrale aanpak De reconstructie staat voor een samenhangende en gebiedsgerichte aanpak. De reconstructie brengt nauwelijks nieuw beleid met zich mee; het gaat om de samenhangende uitvoering ervan. Belangrijke, richtingegevende beleidskaders voor de Reconstructie zijn:
- het Europese, landelijke en provinciale natuurbeleid (Ecologische Hoofdstructuur, Programma Beheer, Vogel- en Habitatrichtlijn);
- het nieuwe regionale waterbeleid (WB21), waarin ruimte voor water(berging), beekherstel en verdrongingsbestrijding belangrijke thema's zijn;
- beleid voor behoud en herstel van landschap en cultuurhistorie;
- het landelijk ammoniak- en stankbeleid;
- provinciaal sociaal-economisch beleid (zoals de versterking van de toeristisch-recreatieve sector, de landbouw, en van de leefbaarheid van dorpen en kleine kernen).
Ook de landelijke Nota Ruimte en de Agenda voor een Vitaal Platteland zijn belangrijke richtinggevende beleidsdocumenten voor de uitvoering van de reconstructie.
Niet alleen ‘groene’ thema’s, zoals landbouw, water en natuur, spelen dus een rol in de reconstructie, maar ook ‘rode’, zoals woningbouw, hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing en de versterking van de leefbaarheid in dorpen.
Landschap en cultuurhistorie zijn belangrijk onderdelen van de Rijksuitgangspuntennota (RUN) en het Rijkskader, waaraan het rijk de reconstructieplannen toetst en op basis waarvan het rijk financiering toezegt. De RUN stelt: ‘Het reconstructieplan geeft aan welke maatregelen en voorzieningen worden getroffen om de landschappelijke kwaliteit en de cultuurhistorische en aardkundige waarden binnen het reconstructiegebied met het oog op identiteit, belevingswaarde en verscheidenheid te behouden of te verbeteren, onder meer door het tegengaan van verstening en herstel van oude landschapsstructuren.’
In het Rijkskader is dat verder uitgewerkt. Het Rijkskader vraagt ondermeer om in het reconstructieplan aan te geven hoe cultuurhistorie als uitgangspunt heeft gediend voor de ruimtelijke invulling van de Belvedere-gebieden, hoe er gebruik is gemaakt van de integrerende en creatieve kracht van ontwerpers, en hoe het behoud en de ontwikkeling van identiteit, verscheidenheid en beleving van het landschap zeker worden gesteld. Cultuurhistorie en identiteit moeten volgens het Rijkskader in een integrale samenhang richtinggevend zijn voor het reconstructieplan. Financieringen Hoofdlijnen Het reconstructieplan vormt de basis voor de financieringsafspraken met het rijk. Iedere vier jaar wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld, met concrete tussendoelen, projecten en budgetten. Voor de uitvoering van de reconstructie is naar schatting in totaal ruim 9 miljard euro nodig, waarvan ruim 7 miljard overheidsgeld (EU, rijk, provincies, gemeenten, waterschappen). Het gaat daarbij voor een belangrijk deel om de inzet en bundeling van bestaande geldstromen (zoals voor water, natuur, landinrichting, plattelandsontwikkeling en gebiedsgericht stimuleringsbeleid).
Daarnaast hebben rijk en provincies extra geld gereserveerd voor specifieke Reconstructiedoelen (zoals de verplaatsing van intensieve veehouderijen of de extensivering van de melkveehouderij). Verschillende provincies overwegen ontwikkelingsmaatschappijen in het leven te roepen voor de (risicodragende) ontwikkeling van bepaalde reconstructietaken, zoals de inrichting van landbouwontwikkelingsgebieden of glastuinbouwgebieden. De provincie Brabant heeft dergelijke ontwikkelingsmaatschappijen al opgericht. Daarin participeren naast de provincie zelf onder andere ook het landbouwbedrijfsleven en banken.
Geld voor cultuurhistorie en landschap In de reconstructieplannen zijn (globale) doelen geformuleerd en is geld gereserveerd voor behoud en versterking van cultuurhistorie en landschap. In een aantal provincies is ook geld gereserveerd voor de uitwerking van Belvedere-projecten. De budgetten zijn over het algemeen beperkt, en voor veel uitvoeringsprojecten (zoals natuurontwikkeling, beekherstel of herverkaveling) is er voor het meenemen van cultuurhistorie niet specifiek geld gereserveerd, terwijl dat wel een belangrijke rol zou kunnen spelen in de planvorming. Het rijk stelt geen (extra) geld beschikbaar voor behoud en versterking van cultuurhistorie en landschap; de provincies vaak wel.
Er zijn diverse mogelijkheden voor de financiering van ‘behoud door ontwikkeling’ in de reconstructie. Voor de planvorming en het ontwerp is er de Regeling Projectsubsidies Belvedere. Daarnaast biedt het landschapsontwikkelingsplan (LOP, dat grotendeels gesubsidieerd wordt) goede aanknopingspunten voor gemeenten om de abstracte doelen uit de reconstructieplannen te vertalen in concrete uitvoeringsplannen, waarin landschap, cultuurhistorie, ontwerp en ‘behoud door ontwikkeling’ een plaats kunnen krijgen. Het LOP is een belangrijk hulpmiddel bij het in de praktijk brengen van de ontwikkelingsgerichte landschapsstrategie, een benadering die goed aansluit op het Belvedere-gedachtengoed.
Voor de uitvoering van projecten met een cultuurhistorische component zijn er reguliere Europese, landelijke en provinciale regelingen. Het gaat dan vaak om de meer traditionele herstel- en behoudprojecten, maar een koppeling met 'behoud door ontwikkeling' is vaak waarschijnlijk goed mogelijk. Een project moet dan wel passen binnen de betreffende regeling en binnen het reconstructieplan.
Ook het gebiedsgerichte stimulerings- en structuurbeleid biedt wellicht mogelijkheden. Met name enkele Europese regelingen bieden aanknopingspunten voor een Belvedere-aanpak, omdat in die regelingen economische structuurversterking (bijvoorbeeld via toeristische ontwikkeling) en het behoud en de versterking van de regionale identiteit belangrijke aandachtspunten zijn.
Een uitgebreider overzicht van financieringsmogelijkheden in het landelijke gebied vind u op deze pagina.
Betrokken partijen Bij het opstellen en uitvoeren van de reconstructieplannen voert de provincie de regie. De ministeries van LNV en VROM toetsen de plannen inhoudelijk en betalen een groot deel van de kosten.
De provincies hebben reconstructiecommissies ingesteld die verantwoordelijk zijn voor de planvorming en in de uitvoering een coördinerende en adviserende rol spelen. Deze commissies zijn breed samengesteld. Alle overheden zijn erin vertegenwoordigd (rijk, provincie, gemeenten en waterschap), en ook de belangrijkste maatschappelijke organisaties zijn lid, zoals de georganiseerde landbouw, de natuur- en milieuorganisatie, en de terreinbeheerders. In sommige gebieden zijn ook de toeristisch-recreatieve sector, landgoedeigenaren of de Kamers van Koophandel lid.
In de praktijk hebben vooral de gevestigde partijen een stempel op de planvorming gedrukt. Voor heemkundekringen, plattelandsvrouwen of bijvoorbeeld lokale agrarische natuurverenigingen was het vaak lastig hun standpunten in de plannen te laten doorklinken.
Voor de uitvoering van de reconstructie zijn in iedere provincie speciale gebiedsgerichte regionale uitvoeringsorganisaties opgericht. Deze organisaties zijn verantwoordelijk voor de verdere planuitwerking, coördinatie van de uitvoering en vaak ook voor de (begeleiding) van financieringsaanvragen.
Op de sites van de provincies vindt u veel informatie over planvorming en uitvoering. U vindt er de (ontwerp)Reconstructieplannen, de samenvattingen, de betrokken partijen en de links naar de regionale uitvoeringsorganisaties: Provincie Overijssel Provincie Gelderland Provincie Utrecht Provincie Noord Brabant Provincie Limburg
Veel reconstructiegebieden en provincies hebben landschapsvisies, cultuurhistorische inventarisaties en cultuurhistorische waardekaarten opgesteld, al dan niet in het kader van de Reconstructie. Deze informatie kan goed gebruikt worden bij de verdere uitwerking en uitvoering van de Reconstructieplannen. Neem contact op met de afdeling cultuurhistorie van uw provincie.
Projecten Omdat de reconstructie zo ongeveer over alle thema's voor het landelijk gebied gaat, zijn er veel mogelijkheden voor Belvedere-projecten. Veel voorbeelden van Belvedere-projecten vindt u daarom in de andere ruimtelijke dossiers op onze site.
Projectbureau Belvedere heeft in november 2004 de brochure ’Reconstructie en Belvedere, voorbeelden uit de praktijk’ uitgebracht. Deze is via de bibliotheek (scroll naar einde van deze pagina) te downloaden.
Belangrijke aanknopingspunten voor Belvedere-projecten in de reconstructie zijn:
1. Water en natuur
In de reconstructie wordt een begin gemaakt met de natuurlijke herinrichting van het regionale watersysteem, met de aanleg van waterbergingsgebieden voor de opvang van neerslagpieken, en met beekherstel, vaak in combinatie met natuurontwikkeling. Cultuurhistorie kan in de uitwerking daarvan een belangrijke rol spelen. Denk aan het herstel van historische meanders om het waterbergend vermogen te vergroten, de herinrichting van beekdalen op basis van historisch grondgebruik, of aan het herstel van de historische relatie tussen dorp en beek. In het dossier Waterberging en -beheer vindt u meer informatie.
2. Inrichting en landschappelijke inpassing van (clusters van) intensieve veehouderijbedrijven.
In het dossier Bouwen in het Buitengebied vindt u voorbeelden van streekeigen agrarische architectuur, streekeigen erfbeplanting en de landschappelijke inpassing van nieuwe woningen en bedrijfsgebouwen. Specifiek voor de reconstructie is de inrichting van clusters van intensieve veebedrijven in landbouwontwikkelingsgebieden. Voor de inpassing van intensieve veebedrijven in een jong Brabants ontginningslandschap is het beeldkwaliteitsplan Elsendorp ontwikkeld. De systematiek wordt nu ook elders toegepast. 3. Herverkaveling
Belangrijk doel van de reconstructie is herverkaveling van landbouwgronden, om schaalvergroting en modernisering van de grondgebonden melkveehouderij te ondersteunen, mede omdat de melkveehouderij een belangrijke economische drager is van het landschap. Belangrijke opgave is om deze modernisering te combineren met de versterking van het vaak kleinschalige landschap in de zandgebieden. Met de zogenaamde Koopmansgelden wil het rijk daarnaast de melkveehouderij extensiveren (minder koeien per hectare), met name in de kwetsbare gebieden. Historische vormen van grondgebruik kunnen hiervoor een inspiratiebron zijn.
4. Herbestemming van Agrarische Bebouwing
Doordat er veel boeren gestopt zijn met hun bedrijf, zijn er veel agrarische bedrijfsgebouwen vrijgekomen. Deze ontwikkeling zet zich voort. Deze vrijkomende agrarische bebouwing (vaak afgekort tot VAB) kan in veel gevallen gebruikt worden voor nieuwe economische activiteiten of voor wonen, zodat het agrarische karakter van het gebied behouden kan blijven, terwijl de economische vitaliteit van het platteland versterkt wordt. Voorbeelden vindt u in het dossier Herbestemming Agrarische Gebouwen. 5. Landschappelijke inpassing van woningbouw
Om een belangrijk onderdeel van de reconstructie te financieren - de sloop en verplaatsing van intensieve veebedrijven - vindt extra woningbouw plaats. Alle reconstructieprovincies hebben daarvoor een regeling ‘Ruimte voor Ruimte’ die ondermeer aangeeft hoe en waar nieuwbouw plaats kan vinden. Sommige reconstructieprovincies werken deze regeling verder uit. Dat biedt kansen voor landschappelijke en cultuurhistorische inpassing van woningbouw. Voorbeelden hiervan vindt u in het dossier Bouwen in het Buitengebied. Lees meer over Ruimte voor Ruimte -> bij aanvullende informatie.
Gerelateerde projecten:
Aanvullende informatie
Ontwerpatelier ReconstructieIn de derde Architectuurnota ( Ontwerpen aan Nederland) is de Reconstructie aangewezen als één van de tien Grote Projecten. In dat kader heeft het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit in 2001 het Ontwerpatelier Reconstructie opgericht om de inbreng van ontwerpers in de reconstructieproces te stimuleren.
Het Ontwerpatelier heeft drie concrete ontwerpopgaven verder uitgewerkt (clustering van de intensieve veehouderij, waterberging en landschappelijk wonen). Ook heeft het atelier negen landschapstypen binnen het reconstructiegebied in kaart gebracht, inclusief de bijbehorende ontwerpopgave. Op 24 november 2004 heeft het debat "(re)constructie van kwaliteit" plaatsgevonden. In Belvederenieuws nr 23 wordt aan dit onderwerp meer aandacht besteed. Ruimte voor RuimteEen speciaal instrument binnen de Reconstructie is de Ruimte voor Ruimte regelingen. Om te voldoen aan Europese milieunormen (Nitraatrichtlijn) wordt de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) uit 2000 gebruikt om de mestproductierechten van de boeren op te kopen. Maar voor de sloop van de stallen die daardoor leeg komen te staan is geen geld beschikbaar. De vijf reconstructieprovincies hebben daarom van het rijk extra mogelijkheden voor woningbouw gekregen. Met het geld dat daardoor vrijkomt (door de bestemmingswijziging van de grond) kunnen de provincies de sloop van stallen en de verplaatsing van intensieve veebedrijven bekostigen. Iedere provincie heeft deze ’Ruimte voor Ruimte-regeling’ (soms ook ‘Rood voor Rood’ genoemd) op een eigen manier uitgewerkt. Sommige provincies staan herbouw van een woning op de plek van de oude stal toe; andere provincies kiezen voor woningbouw aan de rand van bestaande kernen. De RBV-regeling is een groot succes. In totaal hebben zo’n 4700 veebedrijven van de regeling gebruik gemaakt. Digitale reconstructiekaartOp de site van de Dienst Landelijk Gebied vindt u een digitale reconstructiekaart. Op deze kaart worden alle uitvoeringsprojecten en -activiteiten in de vijf reconstructieprovincies in beeld gebracht, zoals deze in september 2005 bij DLG bekend waren. Er zijn circa 60 gebiedsuitwerkingen op de kaart te vinden. De kaart geeft ook een overzicht van alle bureaus die een actieve rol hebben bij het initiëren van projecten. Via weblinks is het vervolgens mogelijk om gebiedsspecifieke informatie op te vragen.
Gerelateerde bibliotheek bestanden:
|